Het veelgehoorde argument tegen Zwarte Piet is dat het een karikatuur zou zijn die, stammend uit de tijd van de slavernij, tot doel zou hebben om mensen van Afrikaanse komaf neer te zetten als belachelijk en minderwaardig. Niets blijkt minder waar.

Jan Schenkman 

Een goed voorbeeld van dit onjuiste argument komt voor in het artikel ‘’Zwarte Piet, een blackface personage’’, van historica Elisabeth Koning, uit 2018. Koning traceert de beeltenis van Zwarte Piet naar een boekje uit 1850, getiteld ‘’Sint Nikolaas en zijn Knecht’’. Dit boekje werd geschreven door de schrijver en onderwijzer Jan Schenkman.

In het boekje vinden we enkele elementen terug die vandaag nog herkenbaar zijn bij het Sinterklaasfeest. Zo komen Sint en Piet aan op de stoomboot, duidelijk negentiende-eeuwse technologie. De hulp van Sinterklaas is duidelijk afgebeeld als een man met zwart haar en een zwarte huid.

Blackface

Schrijfster Koning brengt in haar artikel deze Piet in verband met een ander cultureel fenomeen, dat van de zogenaamde ‘’blackface-optredens’’. Bij deze voorstellingen traden blanke muzikanten en acteurs op als karikaturen van Afrikanen, die steevast als vrolijk, maar ook ietwat onhandig en dom werden neergezet. In Nederland trad al in 1847 een soortgelijk gezelschap op. Deze vorm van vermaak was, zoals zoveel popcultuur tegenwoordig, over komen waaien uit de Verenigde Staten.

Koning wijst ook op de niet te missen politieke context, namelijk die van het slavernijdebat. Zij stelt dat de blackface-optredens de boodschap over moesten dragen dat zwarte mensen nooit zouden kunnen integreren in de moderne samenleving, en dat de emancipatie van zwarte slaven gedoemd was te mislukken. Hiermee impliceert ze sterk dat ook de Nederlandse verschijning van Zwarte Piet in de negentiende eeuw een soortgelijke boodschap moest overdragen op het publiek. Zwarte Piet was niet alleen een zwarte man, droeg ook nog eens bij aan de instandhouding van de slavernij. 

Dus Zwarte Piet is racisme, case closed, toch? Nou, wacht even, misschien is dit nog niet het hele verhaal.

Activisme

Wat schenkman werkelijk dacht over de slavernij blijft onduidelijk. Wel hebben we een aanwijzing in zijn activisme. Zoals Willem Visser al eens schreef, was Schenkman lid van de `Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen`. Deze organisatie maakte zich sterk voor het belang van onderwijs en volksverheffing, en onderhield banden met andere ideële organisaties. Eén van die organisaties was de in 1842 opgerichte `Maatschappij ter bevordering van de afschaffing der slavernij`. Gedurende de jaren `50 van de negentiende eeuw begon ook ’t Nut steeds krachtiger te pleiten voor afschaffing van de slavernij.

Volgens een artikel van historicus Sjoerd Karsten was Schenkman zelf was ook niet te misselijk voor wat activisme. Zo werd hij in 1849 ontslagen als onderwijzer omdat hij deel had genomen aan demonstraties op de Dam voor meer democratie. Als we onze ogen even losrukken van Zwarte Piet om de rest van Sint Nikolaas en zijn Knecht te lezen, dan zien we de idealistische boodschap doordringen in de gedichtjes. We zien Sinterklaas een bezoek brengen aan een school, om daar de kinderen die goed hun best doen een beloning in het vooruitzicht te stellen. Elders bezoekt hij een rijk gezin met een dochter, die hij op het hart drukt dat welvaart er ook vooral is om gedeeld te worden met de armen. Ook laat Schenkman Sinterklaas graag boeken geven als cadeau, al kan dit een stukje zelfpromotie zijn van een kinderboekenauteur.

Social Justice Warrior

Je zou Schenkman een negentiende-eeuwse Social Justice Warrior kunnen noemen. Dus vanwaar die Zwarte Piet? Allicht was het doel van Schenkman precies het tegenovergestelde van dat van de blackface-optredens. Door een zwart figuur naast Sinterklaas te zetten als behulpzame en vriendelijke knecht, moesten de Nederlanders een positiever beeld krijgen van zwarte mensen. Dit blijft uiterst speculatief, maar is gezien de beschikbare informatie over Schenkman waarschijnlijker dan Zwarte Piet als pro-slavernij act.

Pre-christelijke rituelen

Nog iets waar in de Zwarte Piet discussie weinig aandacht voor is, is het bestaan van soortelijke tradities in alle uithoeken van Europa. De Nederlandse documentairemaker Arnold-Jan Scheer brengt al dertig jaar de wintertijd door met het filmen en onderzoeken van deze tradities. In zijn werk komt hij tot de conclusie dat het om een vruchtbaarheidsritueel moet gaan dat teruggaat tot de gemeenschappelijke voorouders van de Indo-Europeanen.

Het ritueel bestaat meestal uit jonge mannen die zwart geschminkt door de straten dolen om de bevolking voorspoed en vruchtbaarheid te brengen. De zwarte kleur staat hier symbool voor de dood, en de mannen beelden waarschijnlijk de geesten van de voorouders uit. De schmink kan op verschillende manieren worden aangebracht, zoals met houtskool of verbrande kurk. 

Sint Nicolaas

De geschminkte mannen trekken vaak op met een oud wijs persoon. Deze is niet geschminkt en draagt een lange baard. Deze kennen we als Sint Nicolaas, de Turkse Griekse bisschop uit Myra, met zijn mijter en staf, gezeten op zijn paard, en door veel commentatoren gezien als de oude pre-christelijke oppergod Wodan.

De transformatie van oppergod naar christelijke heilige is een bekend patroon in het christendom. De gekerstende bevolking, die nog veel van het oude geloof aanhangt, moet zo ontvankelijker worden voor de christelijke leer. Zo leven oudere tradities voort als christelijke gebruiken, terwijl veel van de originele inhoud verloren gaat of vervangen wordt.

Dit neemt echter niet weg dat zowel katholieke als protestantse geestelijken door de eeuwen heen geprobeerd hebben om het Sinterklaasfeest in verschillende delen van Europa uit te bannen, omdat het een heidens gebruik is. Deze interpretatie van Sinterklaas en Zwarte Piet heeft echter een grote zwakte, en dat is het gebrek aan duidelijk bronmateriaal. De vroegste beschrijvingen van het Sinterklaasfeest stammen uit de dertiende eeuw, lang na de bekering tot het christendom. We weten dus niet welke vorm dit ritueel had in pre-christelijke tijden. 

Noord-Afrikaanse razzia’s

In delen van Zuid-Europa wordt de metgezel van Sinterklaas een ‘’moor’’ genoemd. Arnold-Jan Scheer filmt in Spanje zwart geschminkte mannen met rode lippen, en op hun hoofd een Marokkaanse Fez. Deze figuur zal door anti-pieten ongetwijfeld aan worden gegrepen om over de slavernij te beginnen. Journalist Michiel de Jong schrijft echter dat deze verschijning beter geassocieerd kan worden met de eeuwen waarin christenen in Zuid-Europa te maken hadden met islamitische slavenjagers uit Noord-Afrika. De donkere moor werd zo een schrikfiguur, net als (de oude) Zwarte Piet.

Islamitische slavenjagers

Het idee van Noord-Afrikanen als schrikfiguren komt veel mensen vandaag de dag voor als een onvervalst staaltje xenofobie. Wat deze mensen echter negeren, is dat christelijk Europa eeuwenlang heeft gediend als jachtgrond voor islamitische slavenjagers. De Jong wijst erop dat de dreiging van plundering door piraten in grote delen van Spanje, Frankrijke en Italië zeer echt was, en dat veel volkscultuur hierdoor is gevormd.

Het woord ‘’razzia’’, wat sommigen zullen associëren met het Italiaans, is in werkelijkheid van Arabische origine, en betekent ‘’rooftocht’’. Om soortgelijke redenen zetten de inwoners van Corsica en Sardinië onthoofde zwarte koppen op hun vlaggen, als waarschuwing richting islamitische overheersers.

Traditie van ideologen

Als Nederlander leer je tegenwoordig pas wat over je eigen cultuur en geschiedenis wanneer landgenoten iets af willen schaffen. Ironisch is de manier waarop de huidige anti-piet activisten proberen om hun eigen wereldbeeld aan het Sinterklaasfeest op te dringen. Zij passen zo in een lange traditie van ideologen, voorheen christelijke predikers, die met hun bekeringsdrang de inheemse tradities overnemen en omvormen. Laat de jaarlijkse pietendiscussie dan op zijn minst een kans zijn om een breder begrip de ontwikkelen voor de Europese volkscultuur.