‘Zijn orgaandonoren werkelijk overleden?’

Met ingang van 1 juli 2020 moeten alle inwoners van ons land die ouder zijn dan 18 jaar en staan ingeschreven bij een gemeente in het donorregister aangeven of ze hun organen ‘na overlijden’ willen doneren.  Maar zijn ze dan ook echt overleden zoals wij de dood zijn gaan beschouwen? Het antwoord is nee. Geen enkele donor is overleden als hij doneert. Hij is doodverklaard na het doorlopen van een protocol dat door onze Minister is vastgesteld. 

https://www.transplantatiestichting.nl/files/2019-07/modelprotocol-postmortale-orgaan-en-weefseldonatie.pdf

In Nederland bestaan er twee protocollen naast elkaar. Het eerste is het hersendoodprotocol (BDB-donatie) en het tweede is het protocol voor het vaststellen van de dood op basis van circulatoire criteria (DCD-donatie). En dit laatste is weer opgesplitst in twee protocollen; het e-DCD en het u-DCD. De meeste orgaandonoren zijn mensen die doneren volgens het DCD-protocol.

Op beide protocollen is veel af te dwingen. Het hersendoodprotocol is gebaseerd op het uitgangspunt dat bij iemand die niet meer reageert op de prikkels die worden gegeven de hersenen dood zijn, afgestorven dus. Deze aanname is nergens op gebaseerd. Als onderdeel van de test wordt een EEG uitgevoerd, maar dat EEG meet niet meer dan 10% van de hersenschors. Het EEG is niet meer verplicht. Een vlak EEG zegt dus niets. Als vervanger moet dan de bloeddoorstroming worden gemeten. Die meting is niet in staat de minimale doorstroming te meten. Er staat in het protocol dat je onderkoelde mensen niet moet testen omdat dit de uitslag onbetrouwbaar maakt. Gelijktijdig mag conform ons Nederlandse protocol worden getest zodra de lichaamstemperatuur boven de 32°C is gekomen. Het WHO stelt dat iemand onderkoeld is zodra zijn temperatuur onder de 36°C is gezakt. 

Het DCD-protocol is bestemd voor mensen die niet hersendood konden worden verklaard, mensen waarbij het wachten te lang duurt op de hersendood of die helemaal geen hersenletsel hebben. Deze mensen worden wel allemaal beademd en een kleine groep mensen wordt om donor te worden juist aan de beademing gelegd. 

Volgens dit protocol is iemand dood als er vijf minuten geen circulatie c.q. hartslag is gemeten. En nu komt het; het stilvallen van die hartslag wordt bij voorkeur  vastgesteld door een kundige waarnemer. Hierbij wordt dus niet uitgesloten dat een onkundige waarnemer dit ook mag doen. En wat niemand weet is dat bij deze patiënten bij binnenkomst in de OK de circulatie binnen luttele minuten weer wordt hersteld. Wel moet de doorbloeding naar de hersenen worden afgesloten. En dan maar hopen dat dit 100% zeker plaatsvindt. 

Als de organen zijn verwijderd mag de donor sterven zoals onze natuur dat al eeuwenlang regelt.  

In 2016 ben ik voor de eerste keer naar de Reclame Code Commissie gestapt en kreeg gelijk. De term ‘na overlijden’ zou niet meer moeten worden gebruikt zonder goede toelichting. Daar is niet veel van terechtgekomen. Het Ministerie heeft in een verweer aangegeven geen betere omschrijving te weten voor de frase ‘na overlijden’ en blijft hem gebruiken omdat deze frase volgens hen algemeen is geaccepteerd. Zo worden we dus willens en wetens op het verkeerde been gezet. Na overlijden in geval van orgaandonatie houdt in dat  orgaandonor is doodverklaard na het doorlopen van een protocol. Dat kan zijn nadat er wordt verondersteld dat de patiënt hersendood is, maar het kan ook nadat een patiënt dood wordt verklaard nadat het hart c.q. bloedsomloop 5 minuten stil heeft gestaan. Meer dan 50% van de huidige donoren doneert op die basis.  Conform deze protocollen wordt een donor  op basis van wettelijke gronden doodverklaard, maar overlijdt op het moment dat de organen worden verwijderd. 

Het verschil tussen doodverklaard zijn en echt overleden zijn moeten de mensen heel goed voor ogen houden. 

Annet Wood, Berkhout

Een nieuwe omroep, een vrij geluid!