Een gevaarlijke cinematografische draak nadert Nederland. Hij heet: De Oost. Volgens de website van Cineville vertelt deze film van regisseur Jim Taihuttu, die eind dit jaar moet uitkomen, het verhaal van Johan, een jonge Nederlandse soldaat die samen met honderdduizend anderen tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog wordt uitgezonden om ‘orde op zaken te stellen’ in Nederlands-Indië.

Van deze film is vooralsnog alleen een korte, nog geen minuut durende trailer te zien. In de synopsis van Cineville:

“Tijdens zijn tijd in dienst raakt Johan in de ban van Westerling, een charismatische legerkapitein. Wanneer de oorlog escaleert en Raymond Westerling het verzet van de bevolking steeds genadelozer neerslaat, wordt de grens tussen goed en kwaad voor Johan steeds vager.”

Drie zaken staan hierin centraal: KNIL-kapitein Westerling, ‘het verzet van de bevolking’ en ‘genadeloos neerslaan’.

De film speelt zich af ergens op Celebes in Nederlands-Indië (het huidige Sulawesi in Indonesië) in de periode 1946/47. Kapitein Westerling kreeg tijdens zijn acties aldaar het uitzonderlijke mandaat van de standrechtelijke executie. Dat mandaat was en is uitzonderlijk voor reguliere, westerse troepen te velde. Dat was het niet voor de toenmalige Indonesische strijdgroepen of het Indonesische leger. Wanneer zij meenden een ‘handlanger van de Nederlanders’ in handen te hebben, werd hij of zij zonder vorm van proces subiet gedood.

Afgaand op de trailer gaat de film mee in de nu heersende anti-kolonialistische kijk op de dekolonisatieperiode. In die visie is de inzet van het Nederlandse en Nederlands-Indische leger gericht op onderdrukking van ‘het verzet van de bevolking’. Dat suggereert dat zowel ‘verzet’ als ‘bevolking’ een eenduidig geheel vormen. Die suggestie gaat voorbij aan de veelvormige situatie ter plekke.

Niet de hele bevolking van Indonesië wilde de Nederlanders uit Indië verjagen. Niet alle bevolkingsgroepen wilden zich onder Javaanse dominantie scharen. Niet iedere kampong schaarde zich vrijwillig of enthousiast achter de ‘vrijheidsstrijders’. Dorpsbewoners werden ook door terreur gedwongen om de zijde van de republikeinen te kiezen. Daarbij streden naast republikeinen ook communisten en radicale moslims tegen (Indische) Nederlanders, maar zeker zo vaak ook tegen elkaar. ‘De’ bevolking en ‘het’ verzet zijn ideologische simplificaties. ‘Genadeloos neerslaan’ is geen militaire, maar een moreel beladen lekenterm.

Wat we in de trailer zien, is een verkrachting van de geschiedenis. Militairen in zwarte uniformen had het Nederlandse leger niet, de Duitse SS wel. Westerling had geen snor, en zeker geen Hitlersnor. Een filmmaker mag zich natuurlijk een dichterlijke vrijheid veroorloven, of zoals in dit geval zich de propagandaretoriek van de eertijdse tegenstanders eigen maken. Maar de filmmakers pushen hun product uitdrukkelijk op de onderwijsmarkt. Zij bieden de scholen een ‘interactieve website met bronmateriaal zoals archiefmateriaal, interviews met nabestaanden en de cast, filmscenes’. Voorts beloven zij een ‘multiperspectieve [sic] benadering van de koloniale geschiedenis (rond WOII) en de impact op het heden’. Daarbij stellen zij dat de film ‘vakoverstijgend’ is voor geschiedenis, maatschappijleer, de kunstvakken (VO-bovenbouw), burgerschap (MBO).

Zij zullen de kindertjes op school niet vertellen dat je de geschiedenis niet in zwart-wit termen kan weergeven. Zij gaan niet vertellen dat in iedere oorlog onschuldigen gedood worden. Zij gaan niet vertellen dat het kolonialisme, net als de heksenvervolging en de Inquisitie, voorbij is. En dat er, zoals er niemand is die propageert heksen te verbranden of ketterij op te sporen, er niemand is die oproept landen te koloniseren. Ook zullen ze waarschijnlijk niet vertellen dat het Nederlandse leger pas werd ingezet nadat Indonesische ‘vrijheidsstrijders’ tijdens de zogeheten Bersiap duizenden (Indische) Nederlanders, Chinezen, Molukkers en een veelvoud aan Indonesiërs op de meest gruwelijke wijze hadden afgeslacht.

De film lijkt na de Zwarte Piet-hetze, het museale geworstel met namen en objecten, de BLM-hysterie en het eindeloos uitmelken van de slavernij het zoveelste voorbeeld van de weg-met-onsmentaliteit in de politiek, de cultuursector en ook het onderwijs.

Waar is Sint Joris als je hem nodig hebt?

Hans Moll is oud-redacteur NRC Handelsblad en voorzitter Federatie Indische Nederlanders.