‘Vrouwenquota alleen voor de top zijn hypocriet.’

Laatst zat ik met mijn vader naar de televisie te kijken en er werd wat gezegd over feminisme en over vrouwenquota. Mijn vader vond dit laatste maar een raar principe, en des te langer ik erover nadacht, des te bijzonderder ik het vond.

De Tweede Kamer is akkoord gegaan met een vrouwenquotum van dertig procent voor de topfuncties binnen beursgenoteerde bedrijven, zo ongeveer een maand geleden. De regering wil er vaart mee maken en komt nu met een wetsvoorstel. 

Een goede ontwikkeling in het streven naar gelijkheid, vinden veel mensen. Maar hoe realistisch is deze ‘gelijkheid’? 

Graag wil ik eerst even het onderscheid maken tussen gelijkheid van kansen en gelijkheid van uitkomsten. Gelijkheid van kansen betekent: ‘Het ontbreken van belemmeringen die verbonden zijn aan sekse, handicap, afkomst, leeftijd (…) voor deelname aan het economische, politieke en sociale leven. Aldus de Nederlandse Encyclopedie. Dit is natuurlijk heel mooi, en geldt ook voor bijna alles in Nederland. 

Maar gelijkheid van uitkomsten betekent dat de resultaten, in dit geval van mannen en vrouwen, zo gelijk mogelijk moeten zijn.

Het vrouwenquotum voldoet aan het laatste. Het aantal vrouwen moet omhoog in de topfuncties, dus de uitkomsten worden genivelleerd. Dit is gek, want als ik hierover nadenk is dit juist in strijd met gelijkheid van kansen. De kansen die iedereen krijgt, worden door iedereen anders benut. De een is ambitieuzer, de ander misschien sneller tevreden. Dat is ook niet erg, dat is de vrijheid die wij koppelen aan de gelijkheid. Alleen nu komt deze gelijkheid in het geding, want het vrouwenquotum komt eraan. Dit quotum houdt in dat wanneer er niet aan de dertig  procent norm wordt voldaan, de functie ‘onbemenst’ blijft, tot er een vrouw zich aandient. Hiermee worden mannen en vrouwen dus niet dezelfde kansen geboden en wordt de vrouw voorgetrokken. Een evengoed gekwalificeerde man, mag daar nu niet plaatsnemen, maar een wellicht minder gekwalificeerde vrouw wel. 

Natuurlijk komt er nu de gedachte op dat er al meer mannen in die topfuncties zitten. Dat klopt, maar dat is te danken aan de verschillen tussen mannen en vrouwen. De laatstgenoemden zijn namelijk: Zorgzamer, empathischer, geduldiger, vriendelijker en ga zo maar door. Deze eigenschappen zijn prachtig en maken veel vrouwen ook uniek. Alleen gaan deze vaak niet samen met topfuncties, waar de eigenschappen van mannen dan weer beter op aansluiten. Vanwege deze verschillen bestaat bijvoorbeeld ook 81% van alle basisschoolleraren in 2017 uit vrouwen.

Als al die vrouwenquotum-roepers daadwerkelijk zo voor deze gelijkheid zou staan, hadden ze al lang hetzelfde gevonden van een mannen-quotum in het basisonderwijs. Ook wat betreft de bouwsector is nog veel winst te boeken, want hier is slechts 9% van alle werknemers vrouw.

Over deze sector wordt ook geen vrouwenquotum afgedwongen, want vrouwen hebben hier simpelweg geen trek in, of het verdient niet genoeg.

Al met al vind ik het hanteren van een vrouwenquotum een slecht idee. Niet alleen staat het voor een ongelijke behandeling in het nadeel van de man, maar ook gaat het voorbij aan de prachtige eigenschappen van de vrouw. Daarnaast is volgens de quota-roepers ongelijkheid verder wel prima, zo lang ofwel de vrouw in de meerderheid is, of als de sector niet welvarend genoeg is.

Het roepen om vrouwenquota aan de top is in de praktijk dus domweg hypocriet.

Door Tristan van Dasselaar

Een nieuwe omroep, een vrij geluid!