Onlangs vond er een overleg plaats binnen het FEMM-comité van de EU, dat zich bezig houdt met vrouwenrechten en genderdiversiteit. Een onderwerp dat op de agenda stond was Polen. Het land wordt verweten dat het onvoldoende democratisch is en ook zou er sprake zijn van “LGBT-vrije zones”. Hierover moest een rapport verschijnen en de politieke groepen overlegden over de vraag wie de rapporteur zou zijn.

De ECR-groep (Europese Conservatieven en Hervormers) nam hierop het woord en benoemde het frame van de LGBT-vrije zones als fake news. Dit zou een privé-actie zijn geweest in de vorm van een proefballonnetje van een privé-persoon, waar de Poolse autoriteiten in de formele zin niets mee te maken hadden. De discussie hing boven het comité of dit prioriteit zou moeten zijn ten tijde van de coronacrisis. Een liberale Europarlementariër merkte echter op dat het tegelijk een crisis van democratie is. Een overheid kan de coronacrisis immers alleen bestrijden vanuit een positie van democratische legitimiteit.

Wat er toen gebeurde, schond werkelijk alle democratische beginselen die de EU in theorie zo hoog acht. Niemand wilde het rapporteurschap van het Poolse dossier op zich nemen – geen enkele groep gaf het prioriteit omdat niemand er punten aan wilde verspelen. De groepen verdelen de dossiers onderling via een puntensysteem, dit is om enige balans te houden en te voorkomen dat één of enkele groepen alle dossiers naar zich toetrekken. Alle politieke groepen schoven het dossier af op de voorzitster, die het dan maar op zich zou moeten nemen voor 0 punten.

Vervolgens trad de ID-groep (Identiteit en Democratie) naar voren. Onder meer de AfD, de PVV en het Vlaams Belang zijn opgenomen in deze groep. Zij onderstreepten dat de reglementen stellen dat de voorzitter alléén een dossier op zich kan nemen als geen enkele andere groep interesse toont. De ID-groep bood terstond formeel 1 punt voor het dossier, zodat zij het alsnog zouden krijgen.

Hierop merkte de voorzitter op dat dit weliswaar een relevante procedurele opmerking was, maar, ze moest gehoor geven aan de “brede democratische meerderheid” die niet zou willen dat de ID-groep dit dossier op zich neemt. De ECR-groep nam het woord en verklaarde dat hier de regels van het spel werden veranderd tijdens het spelen. Zij noemden dit een “gevaarlijk precedent”. ID benoemde ten slotte dat de voorzitter de reglementen overtrad en ter plekke brak met de vastgestelde werkmethode – zij eisten dat deze opmerking in de notulen zou worden vastgelegd.

Wat kunnen we hier nu van leren? Een aantal belangrijke lessen.

Ten eerste dat wat je ook doet, hoezeer je ook in je recht staat: je zult je gelijk nóóit krijgen puur vanwege je politieke kleur. Als die kleur conservatief, nationalistisch, ’populistisch’ of rechts-realistisch is, dan worden ter plekke de spelregels veranderd en wordt dit afgehamerd als een voldongen feit. Tegensputteren heeft geen effect. Ook werpt het de vraag op hoe zinvol het nog is voor deze partijen om de comités te volgen. Het enige wat je er nog uit kunt halen, is het blootleggen van de dubieuze werkwijze die hier wordt gevoerd.

De andere groepen gaven de voorzitter nog complimenten omdat er in het FEMM-comité “zo’n productieve en constructieve sfeer hangt”. En dan beweert men dat Polen zo “ondemocratisch” zou zijn…

Op deze wijze betekent iets “democratisch” noemen nog enkel een signaalwoord voor links-progressief deugen – verder is het “do as I say, not as I do”. Als dit is hoe de EU organisatorisch in elkaar steekt, wat valt er dan nog aan te hervormen?


Wilt u reageren?
Dat kan op Facebook of Twitter.