Als een kaarsrecht getrokken gitzwarte streep baande het spoorwegviaduct zich door de rokende puinhopen van de ooit zo trotse stad aan de Maas. De brandlucht sloop als een dief in de nacht door het oneindige laagland naar de sloppen en steegjes van de historische stad aan de Merwede, twintig kilometer verderop. Het geluid van de bommenregen werd er ervaren als een heftige vulkaanuitbarsting. De kringelende asregen werd op de wind meegedragen en daalde in kleine grijze vlokjes traag neer op de daken en het plaveisel. Een Pompeïaanse hallucinatie die de Drechtstad deed sidderen in het rivierenland.

De vernielende bezetters waren inmiddels verjaagd en de Maasstad ging in de steigers. De treinen reden weer op tijd en het puin is voor het gemak in alle waterlopen geschoven die de stad rijk was. Op de desolate vlakte herrees in een periode van meer dan zeventig jaar een nieuwe stad.

Het Blaakviaduct bleef nog lang in gebruik en de treinen scheerden rakelings langs de Laurenskerk. Er waren orgelconcerten, maar die konden wegens de voorbij denderende treinen niet worden opgenomen. Met slechts één uitzondering: toen op 10 mei 1978 de Nedlloyd “Bahrein” tegen de kabels van de hef aanvoer en er een contragewicht naar beneden pletterde. Toen heeft er een organist met het zweet op zijn rug het klavier zitten molesteren.

De ironie wil dat die schuit, gedoopt naar een islamitisch eiland, een Christelijk kerkorgel de pannen van het dak heeft doen blazen. Dat was dus de eerste, maar ook de laatste positieve bijdrage van de islam aan ons mooie land.

Markt

Onder het viaduct was er de markt. De kramen stonden er als een aaneengeregen kralenketting onder en naast. Men heeft, om het roestwater te weren, ijzeren platen onder de rails gemonteerd om het af te voeren en de kramen droog te houden. Er stond zelfs een kerel met allerlei Duitse uniformen, helmen, bajonetten, insignes en ijzeren kruizen. Niemand keek er van op of nam er zelfs maar enig aanstoot aan.

Voor hen die zich geen geriefelijke ruimte konden veroorloven om zich homo-hormonaal te ontladen, was er op en rond het station tijdens de nachtelijke uurtjes in het geniep een illegale nichten-zuig-trek-pomp-plek. Ondanks de hel die over de stad heen is getrokken, bestond er in de naoorlogse periode een overzichtelijke en gemoedelijke sfeer. Er vielen over en weer wel wat muilperen en er ontstond ook wel eens een cafégevecht waarbij krukken en bierglazen de blauwe rooklucht doorkliefden, maar daar was alles wel mee gezegd.

Bouwputten

Maar Rotterdam is Rotterdam niet, als er niet een bouwput wordt gecreëerd. Wat de Moffen in WO II hebben nagelaten, hebben de opeenvolgend naoorlogse colleges van B&W aangevuld. Of liever uitgestuft. Vele historische gebouwen, waaronder de monumentale Koninginnekerk en de oude Bijenkorf, gingen plat.

De Metro deed zijn intrede en het leek tijdens de aanleg weer op het ontzielde gebied van na het bombardement op 14 mei 1940. Het boren van een tunnelbuis had men nog niet onder de knie, dus werd er tussen twee damwanden een kanaal gegraven waarin de tunneldelen werden afgezonken. Dit gebeurde ook bij de tunnelbouw van de NS met station Blaak als diepste deel van het traject. Een rij monumentale panden werd voorzichtig afgebroken en na het voltooien van het spoor weer precies opgebouwd zoals ze stonden.

Er was er een kale strook ontstaan met aan de randen vrij recente gebouwen van na de oorlog. De bouwwoede sloeg nogmaals toe en er ontstond weer een winderig stoffige omgeving. Maar de organist danste vanaf dat moment frivool op de toetsen van het grootste orgel in dit land. Zonder dat het irritante gedender van langsrazende treinen over hem heen rolde. Het mocht wat kosten, want we hadden gas dat voor een drol naar Italië werd geëxporteerd.

Een nieuwe stad

Na vijfenzeventig jaar graven en boetseren staat er een nieuwe stad. De markt is na de oorlog wel een keer of vijf verplaatst, maar heeft nu haar vaste plek recht boven de tunnelbuis gekregen. Er staat een markthal met culinaire ondernemers die de hoofdprijs betalen voor een stek. Het is er altijd druk, maar er wordt veel minder besteed dan op de markt die er naast ligt.

De bouwputten zijn minder in aantal geworden, maar zullen nooit ophouden te bestaan. De oorspronkelijk uit de klei getrokkenen komen doorgaans in de ochtend om te foerageren en later op de dag is er een duidelijke verkleuring onder de bezoekers zichtbaar. Men spreekt hier inmiddels tweehonderd talen en het Nederlands komt nog maar sporadisch voor.

De heimwee naar vroeger tijden wordt door de autochtonen van deze stad aan de Maas krachtiger dan ooit gedeeld. Maar langzaam vermindert hun aantal en blijft er slechts een vage herinnering van wat het ooit is geweest.


Wilt u reageren?
Dat kan op Facebook of Twitter.