Frans Galjee, Alkmaar

De energietransitie van fossiel naar niet-fossiel omvat een mix aan technieken die, om de transitie in gang te zetten en die gang erin te houden, veel duwtjes in de rug verlangen. Dit heet het stimuleren van technieken waarvan men een duurzame toekomst verwacht. Niet dat voor die verwachting altijd voldoende grond is, maar een kniesoor die daarop let. Het geloof in duurzaamheid blijft intact en de lobby van adviseurs en bedrijven gaat door.

Onder stimuleren verstaat de overheid vooral subsidies toekennen, de bekende SDE+- en SDE++-regeling. Dat dit de markt verstoort, wil maar niet doordringen. Zelfs een techniek die ineffectief is en waarvan ook geen technologische verbetering te verwachten valt, kan het dankzij subsidies winnen van een veelbelovende of superieure techniek die om twijfelachtige redenen wordt belast, zoals de voorgenomen CO2-belasting, of anderszins wordt ontmoedigd (kernenergie). Die overwinning is dan wel een pyrrusoverwinning.