Het merkwaardige aan het huidige politieke systeem is dat de bestuurselite, producent van besluiten, niet gecorrigeerd kan worden door de afnemers, zoals bij bedrijven. Op ‘normale’ producten kunnen burgers met hun voeten stemmen: zij kopen het product of zij kopen het niet en gaan naar de concurrent.

De politiek is het enige ‘bedrijf’ waarin de producent zijn eigen product keurt namens de consument. Democratie is ver te zoeken, of het moet zijn dat men het eenmaal per vier jaar een hokje roodkleuren, waarmee de kiezer zijn bevoegdheid geheel afstaat aan de gekozenen, het toonbeeld van democratie vindt.

In Nederland is de representatieve democratie zo langzamerhand grotendeels ontdaan van burgerinvloed. Bij de inrichting van het publieke domein en de collectieve sector deelt de overheid haar macht met het maatschappelijk middenveld, een geheel van organisaties die als zaakwaarnemers optreden namens de burgers. Dit maatschappelijk middenveld wordt echter niet gekozen, maar benoemd en de kandidaten komen uitsluitend uit het kader van de politieke partijen. Volgens de Leidse politicoloog Rudy Andeweg is dit een wel erg smalle basis. Ongeveer 2 procent van de kiesgerechtigden is lid van een politieke partij. Uitgaande van een partijkader van gemiddeld 10 procent van de partijleden, waaruit alle politici en publieke bestuurders worden gerekruteerd, kunnen we stellen dat 99,8 van de kiesgerechtigden bestuurd wordt door een piepkleine minderheid van 0,2 procent. De politiek is nauwelijks nog geworteld in de samenleving.

Aangezien de politiek het monopolie op besluitvorming heeft, wetten en regels dwingend kan opleggen aan de hele bevolking, is het duidelijk waar Andewegs kritiek vandaan komt. Zeker als je daarbij meeweegt dat de overheid ook het monopolie op wapens dragen en belasting heffen heeft. De machtsverhouding is scheefgegroeid, des te meer omdat we al een jaar of tien door minderheidskabinetten worden geregeerd en de Tweede Kamer soms wel een aanhangsel van het kabinet lijkt.

Onlangs citeerde politiek commentator Martin Sommer in de Volkskrant PVV-voorman Geert Wilders: “Wij hebben geen oppositie meer. Je moet naar het midden gaan, in beperkte mate aardig of onaardig zijn voor elkaar. Dan haal je (…) een paar punten binnen. Dat is geen gevolg van strijd, dat is voorgekookt.” Politiek en overheid vallen steeds meer samen. Sommers haalt ook de Ierse politicoloog Peter Mair aan, die in zijn boek Ruling the Void (2011) over het uithollen van de Westerse democratie constateert dat partijen het vervoermiddel van de staat zijn geworden om de burgers te bereiken, in plaats van andersom.

Voor een betere kwaliteit van de besluitvorming dient de burger veel meer bij het politieke proces betrokken te worden. Daarvoor zijn verschillende mogelijkheden die ik van harte aanbeveel:

  • Regeringen kunnen bij ernstig falen binnen de periode van vier jaar per bindend referendum tot aftreden worden gedwongen.
  • Jaarlijks wordt een raadgevend referendum uitgeschreven, waarin de burgers zich voor- of tegenstander van het regeringsbeleid kunnen uitspreken. Wanneer een meerderheid van de bevolking wil dat het kabinet aftreedt, dient de Tweede Kamer een nieuwe regering te formeren die de resterende regeerperiode vol maakt.
  • Het parlement neemt een wet aan die publieke bestuursfuncties (burgemeesters, directies van uitvoeringsinstellingen, enzovoorts) openstelt voor niet-partijgebonden burgers.
  • Burgemeesters worden direct gekozen. Dit geldt ook voor de premier.
  • Een commissie van niet-partijgebonden burgers onderzoekt de mogelijkheden voor het vervangen van het huidige systeem door een stelsel waarin de volksvertegenwoordigers op persoonlijke titel worden gekozen, zonder partijbinding. Dit heet individuele representatie. Deze afgevaardigden vormen een regering en stellen een regeerprogram vast.
  • Politieke partijen blijven bestaan, maar krijgen concurrentie van niet-partijgebonden kandidaten. In de toekomst kan de volgorde op de kieslijst als volgt tot stand komen. De lijsttrekker zoekt geschikte personen voor de overige posities op de lijst. Niet de lijsttrekker, maar de kiezer bepaalt wie de Kamer in komt. Alle stemmen zijn voorkeurstemmen. Zo is een gekozene ook werkelijk een ‘volksvertegenwoordiger’.
  • Bij besluiten die het leven van de burgers direct en ingrijpend raken, bijvoorbeeld belastingverhoging of immigratie, moet het parlement een correctief referendum uitschrijven, zoals in Zwitserland. De uitslag is bindend. Volgens onderzoekers Hendriks en Van der Krieken, Tilburg University, houdt dit bestuurders scherp.

Een andere belangrijke pijler onder een nieuw politiek systeem is dat onnodige bestuurslagen kunnen worden afgeschaft. Een nationaal en een gemeentelijk bestuursorgaan is voldoende voor een klein land als Nederland. De provinciebesturen en de Eerste Kamer kunnen worden opgeheven.

Het huidig politiek systeem is verouderd, passé. Het moet anders. In het volgende blog meer over mijn ideeën van een nieuw politiek systeem.

Prof. dr. David Pinto is hoogleraar-directeur Intercultureel Instituut (ICI) en publicist. Hij is vaste blogschrijver voor omroep ON!