De publieke waardering voor politici verkeert in een diepe crisis. Met name het vertrouwen in ministers (32 procent) en Tweede Kamer (36 procent) kachelt hard achteruit. Dat blijkt uit een recent gepubliceerd onderzoek van I&O Research in opdracht van NRC onder 1.100 burgers.

Ooit klonk dat anders: In 2000 was driekwart van de Neder­landse bevolking tevreden met de regering. De ommezwaai heeft volgens mij alles te maken met het aanzien van de huidige politici. De gemiddelde Nederlander vindt ze onbetrouwbaar en er wordt neergekeken op hoe ze hun werk doen.  

Mij dunkt dat het probleem begint bij de rekrutering. Want, hoe gaat dat? Wie komt op de lijst voor het parlement of kabinet? Veelal niet degenen die een bedrijf hebben gerund. Zelden super begaafde communicatoren of sprekers. Evenmin slimme analytici. Integendeel. Uitzonderingen daargelaten moeten wij het doen met zeer middelmatige maar vooral brave borsten die de partijleiding gehoorzamen. Want bobo’s bepalen nu wie op welke pluche mogen zitten, niet de kiezers. 

Beroerd aanzien

En zo gebeurt het dat jongens en meisjes uit het middelmatige kader van gemeenten, provincies, ministeries en welzijnsinstellingen op de stemlijst worden gezet, en gekozen. Gisteren ambtenaar, welzijnswerker, student of scholier en morgen politicus of minister. Bij geen enkel vak is dat denkbaar. Stelt u eens voor: Hoeveel vakmanschap, visie en dientengevolge respect en gezag voor een arts, een leraar, een bakker of een schilder valt te verwachten als hij/zij eergisteren nog een ander vak heeft uitgeoefend? Het gebrek aan toezicht bij de toeslagenaffaire, waar de overheid onschuldige burgers financieel wurgden, versterkt het beeld van het beroerde aanzien van de meeste volksvertegenwoordigers en de uitvoerende machthebbers.

Hoogste tijd dus voor een nieuw politiek stelsel, een stelling die ik in vorige blogs, zoals ‘De staat heeft de macht gegrepen in onze democratie’ ook al propageer. Gooi de ramen open, laat frisse lucht de Kamer binnenstromen. Er moet ‘out of the box’ gezocht worden.

Emoties in de politiek

De politieke debatten in de Tweede Kamer in Nederland zijn in de regel, mak, braaf en saai. Parlementariërs debatteren rustig, netjes en liefst emotieloos. De opponent, minister of volksvertegenwoordiger, wordt niet rechtstreeks maar via de voorzitter aangesproken. Slaapverwekkend. Het Westen, dus ook Nederland, moet leren van landen als India en de Verenigde Staten, meent de Amerikaanse Martha Nussbaum, volgens Filosofie Magazine de invloedrijkste levende filosoof op deze aarde. “Kom op zeg, een leider moet emoties durven gebruiken”, liet zij in een interview optekenen. Ze schreef het boek ‘Politieke emoties’ en observeerde hoe Clinton en de Obama’s zich gedroegen en hoe ze met emoties omgingen. Dat een gigantisch groot land India het gelukt is een eenheid te vormen van vele staten met 250 talen is volgens haar te danken aan de grondleggers van het land Mahatma Ghandi en Jawaharlal Nehru die wisten hoe je met gedeelde emoties een eenheid kunt smeden.

De juiste persoon op de juiste plaats

We moeten af van politieke partijen met leden, afdelingen, partijraden, congressen en zo verder. Beter is als een ervaren visionair een ‘businessplan’ opstelt voor het land dat helder, duidelijk en begrijpelijk is en waaruit duidelijk blijkt dat de uitgaven gelijk zijn met de inkomsten. Deze man (of vrouw) zetten we nummer 1 op een kieslist en deze CEO zoekt geschikte personen voor de verdere lijst van 2 t/m 100. Maar wie uiteindelijk de Kamer in gaat of niet en wie uiteindelijk op nummer 2, 3, 4, enzovoort eindigt, bepaalt niet de CEO, maar het aantal stemmen van de kiezers. Zodoende is een gekozene werkelijk ook een ‘volksvertegenwoordiger’. 

Provincies opheffen

Onnodige en dure bestuurslagen dienen af te slanken. Een nationaal en een gemeentelijk bestuursorgaan is meer dan voldoende voor zo’n klein land als Nederland. Provincies kunnen we dus opheffen. 

Minder ministeries

Met een goede bedrijfsvoering is het best denkbaar en ook doenlijk om het huidige aantal van twaalf ministeries terug te brengen tot een vijftal clusters.

  • Landszaken (binnen- en buitenlandse zaken, migratie en participatie)
  • Veiligheid (politie, justitie, rechtelijke macht, A.I.V.D., warenkeuring, dijkbewaking, burgerbescherming, waterstaat, milieu)
  • Ontwikkeling (educatie/onderwijs en onderzoek en innovatie)
  • Economie (financiën en economie, vervoer en waterstaat)
  • Zorg (gezondheid, huisvesting, sociale zaken)

Directe democratie

Het volk kiest de burgemeester en de minister-president. Daarnaast moeten referenda komen over grote of gewetenskwesties. In het tijdperk van internet is het mogelijk eenieder daartoe in de gelegenheid te stellen, net zo goed als het hebben van een waterkraan. De burger krijgt zodoende echte directe invloed.

De conclusie

De eerste bewegingswet van Newton luidt: alles, voorwerpen én mensen, volhardt in dezelfde toestand. Bekend en veilig. Totdat er een kracht op inwerkt. De kracht moet thans gaan drukken op het bestaand politiek systeem. Er moet een oplossing komen buiten het gewone, het gebruikelijke. Een besluit hiertoe zou pas recht doen aan de kwalificatie van ‘progressief denken’ in de meest letterlijk zin van het woord en het ongenoegen van de bevolking richting politiek positief doen ombuigen.  

Prof. dr. David Pinto is hoogleraar-directeur Intercultureel Instituut (ICI) en publicist. Hij is vaste blogschrijver voor de omroep Ongehoord Nederland (ON!).