Het boek ‘Tegen de tribalisering’ behandelt de opkomst van een stammencultuur in Nederland en de verdere Westerse wereld. Daarin voelen verschillende groeperingen – waaronder velen die tot pas voor kort deelnemen aan ons maatschappelijk verkeer – zich bij voorbaat kansloos. Zij zijn niet ‘wit’, noch behept met de Joods-christelijke achtergrond die onze volkeren het meest kenmerken en waarop de Westerse cultuur zich heeft gevestigd.

Dat is opmerkelijk, omdat juist die kennelijk rijkere cultuur en de moderne verworvenheden, klaarblijkelijk de oorzaak vormden om hier te willen zijn en te blijven. Toch lukt het hen niet om daaraan volwaardig deel te nemen – naar eigen zeggen omdat zij gediscrimineerd worden.

Maar als we het over achterstelling hebben, dan is er nog een ander groot probleem. De bovenklasse in het Westen is in de ban van een links-progressief maakbaarheidsdenken. Een groot deel van onze bevolking gaat hierin niet mee en wordt als ‘populistisch’ weggezet – hun partijen worden uitgesloten van regeringsdeelname. Met de verdere versplintering van het politieke midden tot gevolg, zal ook die uitsluiting de ‘verstamming’ van onze samenleving verder versterken.

Institutioneel racistisch

Deze ‘tribalisering’ is versneld na het brute politieoptreden in de VS waarbij de zwarte Amerikaan George Floyd op 25 mei 2020 overleed. Al snel leek overal sprake te zijn van racisme en de geringste kritische uitlating is voldoende om aan de schandpaal van het racisme-narratief te worden genageld. Blanke (‘witte’) mensen die zich van geen kwaad bewust zijn, wordt verweten dat hun onbekendheid met racisme alleen al, duidelijk bewijst dat zij in essentie racisten zijn. Dat hun samenlevingsorde – de Westerse moderniteit dus – ‘systemisch en institutioneel racistisch’ is.

Tegenwoordig is op veel terreinen deze stammencultuur zichtbaar, menen de schrijvers Dirk van der Blom, Charlef Brantz, Lex Cornelissen, David Engels, Sid Lukkassen, David Pinto en Bart Reijmerink in de bundel. Het voorwoord is geschreven door Rob Roos, Europarlementariër namens partij JA21. Zij waarschuwen ervoor dat de opkomst van stammencultuur neerkomt op een terugkeer naar de Middeleeuwen en het recht van de sterkste.

Gastarbeiders

Medio jaren ’60 van de vorige eeuw dienden zich al conjuncturele dips aan, die – zo werd duidelijk naderhand – structureel van aard bleken. Aanvankelijk werd het tekort aan arbeidskrachten opgevuld door buitenlandse werknemers, zoals Marokkaanse en Turkse gastarbeiders. Deze groepen bleven, onder het aanbod en genot van verzorgingsarrangementen uit de koker van met name de linkse partijen, duurzaam in ons land. Zij vormden een weliswaar prijzig, maar in dankbaarheid aanvaard alternatief voor het opgedroogde electoraat uit de voorraad van autochtone arbeiders, die door scholing en opleiding deel konden nemen aan een kennisrijke productieomgeving.

Zuil

Deze betrekkelijk nieuwe arbeidersklasse ontpopt zich in een hoog tempo tot een klasse met een eigen normen- en waardestelsel, regels en omgangsnormen. Aan de andere zijde, de gegoede en meer welgestelde bovenklasse, zondert zich eveneens af van de natiestaat: deze klasse heeft zich ontplooid tot een klasse van ‘globalisten’ die zich niet gebonden weten aan een natie als thuisbasis. Dit is de eerder omschreven bovenklasse, die onderling de baantjes in de cultuursector verdelen en zo het aangezicht van onze samenleving bepalen, steeds een multiculturele samenleving aanprijzend waarvan zij alleen de vruchten plukken en niet de lasten delen.

Daar tussenin bevindt zich de middenklasse die op die natiestaat is aangewezen, maar die in hoog tempo ontmanteld is. Het is nu de vraag of, reagerend op zowel de globalisering als de stammenmaatschappij, de bevolkingsdelen die zich geroepen voelen tot een nationale identiteit, zich aaneen zullen sluiten tot wat we van oudsher kennen als een ‘zuil’. In Tegen de tribalisering(samensteller Ton Nijhof, uitgeverij Contour) ontmaskeren de auteurs de politiek-correcte drogredenen, en leggen zij duidelijk uit welke toekomst ons te wachten staat.