Nederland is een racistisch land. We moeten meer empathie tonen voor de gevoelens van de snel gekwetste minderheden. Aldus NPO-baas Shula Rijxman, die op zondag 12 juli een themadag ‘Nederland tegen racisme’ houdt.

Het aantal lijders aan het Stockholmsyndroom is door alle beschuldigingen en eisen flink toegenomen. Niemand durft een kritisch opmerking over zwarte activisten te maken zónder eerst de verplichte rituele indekclichés ten gehore te brengen. Natuurlijk is slavernij heel erg! Ik ben tegen slavernij! En tegen racisme! Natuurlijk is er veel racisme in Nederland! Daar moeten we wat tegen doen! Maar … en dan komt er wat aarzelend gepruttel over Black Lives Matter. Laat je dit na omdat je denkt, hoezo, ik ben ook tegen kindermishandeling, autodiefstal, roofovervallen en fraude, dat hoef ik ook niet de hele tijd van de daken te schreeuwen, dan word je gelijk als ‘racist’ afgeserveerd. Daarom verdient het ‘racismedebat’ de naam debat niet.

De eindeloos herhaalde, maar niet onderbouwde bewering van de activisten en hun helper whiteys dat blanken de veroorzakers zijn van historisch overgedragen ‘zwarte pijn’ én van het maatschappelijk achterblijven van negers als gevolg daarvan heeft, o ironie, de deur opengezet voor het opnieuw praten over rasverschillen. Na de Tweede Wereldoorlog werd het onderwerp taboe verklaard, als achterhaald negentiende-eeuws schedelmeten dat uiteindelijk ontaardt in genocide. Inmiddels moeten we knielen voor Black Lives Matter-activisten. Zwarte superioriteitsgevoelens zijn oké. Rasverschillen zijn een actiemiddel geworden.

Maar alleen als het de activisten uitkomt. De andere kant moet verzwegen worden: dat de bakken met belastinggeld besteed aan achterstandsbestrijding, eerst in de Verenigde Staten en later in Europese landen waar immigranten met een afro-afkomst kwamen wonen, niet tot het gewenste resultaat hebben geleid. Het gemiddelde IQ-verschil tussen blank en zwart blijft.

Overheidsbeleid gericht op gelijke kansen is heilig. Blanken betalen het, allochtonen maken er gebruik van. Er heerst een grote angst voor ongelijkheid. In de vigerende doublethink is die altijd het gevolg van racisme en discriminatie.

Dat is een cirkelredenering of eigenlijk een perpetuum mobile. De preoccupatie met schuld (die van ons welteverstaan, want over de schuld van de Ashanti, die hun eigen mensen hebben verkocht, gaat het niet op de racismedag) haalt oorzaak en verantwoordelijkheid door elkaar. Als de oorzaak van de ongelijkheid is dat er biologische verschillen bestaan tussen mensenrassen (subspecies van de homo sapiens), die leiden tot andere maatschappelijke uitkomsten, dan volgt daaruit dat wij de zwarte medemens niets verplicht zijn. Dan heeft menselijk ingrijpen er weinig mee te maken. Dan zijn wij niet verantwoordelijk voor hun oververtegenwoordiging in de criminaliteit, hun tienerzwangerschappen, hun zwakke vaderschap en hun gemiddeld lagere inkomen.

Voor wie na al die jaren ontkenning twijfelt aan het bestaan van verschillen tussen etnische groepen: in het boek Race, Evolution and Behavior. A Life History Perspective, van J. Philippe Rushton, staat een handig overzichtje, gebaseerd op veel onderzoek. Het gemiddelde IQ-verschil noemde ik al. Er is meer. Zwangerschapsduur: respectievelijk korter (!) en langer. Zwarten krijgen achttien twee-eiige tweelingen per duizend geboorten, blanken acht en Oost-Aziaten vier. Kindersterfte is in de afro-groep, ook in westerse landen, het hoogst.

Op lichamelijk gebied zijn zwarten superieur. Ontwikkeling beendergestel: het snelst bij zwarte kinderen, gemiddeld bij blank en Aziatisch later. Ook bij de motoriek, het gebit, de oog-handcoördinatie, kruipen en lopen zijn zwarte kinderen voorlijk. Zwarten komen eerder in de puberteit, beginnen eerder aan seks en worden op jongere leeftijd zwanger. Hun hormoonspiegel is hoger dan die van blanken en helemaal die van Oost-Aziaten. De zwarte seksfrequentie is gemiddeld het hoogst en ook hebben ze de grootste geslachtsdelen.

Persoonlijkheidsverschillen, van belang voor het welslagen van de beoogde multiculturele samenleving zijn er ook: zwarten scoren hoger op agressie en impulsiviteit en lager op weloverwogenheid. Oost-Aziaten zijn het behoedzaamst, wij zitten in het midden. Zwarten hebben het sterkste gevoel van eigenwaarde (denk aan Natacha Harlequin), maar hun geestelijke gezondheid is minder stabiel dan die van blanken en helemaal Oost-Aziaten. Nog een interessant verschil is dat zwarte mensen het slechtst scoren op huwelijkstrouw en Oost-Aziaten het hoogst. De kans op wetsovertreding is het hoogst in de zwarte groep en het laagst bij de Oost-Aziaten. Maar dat laatste wisten we al.

De geleerden zijn het erover eens dat de ‘rasverschillen’ zijn ontstaan doordat de evolutie niet is gestopt bij de vroege homo sapiens. De eerste mensen waaierden uit over de wereldbol en kwamen daar in andere omstandigheden terecht (bijvoorbeeld kou). Daar ontwikkelden ze ander gedrag, ze moesten vooruit leren denken, en andere vormen van samenwerking. Ze pasten zich aan de omgeving aan. Het is niet ondenkbaar dat het gedrag van afro-mensen, dat is ontwikkeld in Afrika en daar goed werkte, ‘maladaptief’ (slecht aangepast) is in door blanken gecreëerde samenlevingen.