Nederland is altijd een immigratieland geweest, is de mantra van de activistische professor Leo Lucassen. De bewering is op zich niet onjuist, maar het is een open deur, die leidt tot een verderfelijk immigratiebeleid. Lucassen herhaalt de mantra om hoi polloi (spottend Grieks voor het volk) te sussen. Stil maar, het was vroeger net zo, er is niets nieuws onder de zon, ga maar rustig slapen, er is niks aan de hand, het komt goed, het duurt een paar generaties. Wellicht denkt hij: ze weten toch niet beter.

We moeten voorzichtig zijn bij het schetsen van parallellen tussen de situatie van eeuwen geleden en het heden. Hoed u voor misleiding van propagandisten als Lucassen. Socrates zei het al: ‘Onwetendheid is de bron van alle kwaad.’

Nederland heeft inderdaad ‘altijd’ immigranten opgenomen: Hugenoten op de vlucht voor religieuze intolerantie, Belgische vluchtelingen, Sefardische Joden op de vlucht voor de Inquisitie, Duitse en Oost-Europese immigranten. In de VOC-tijd en daarna kwamen er handelaren, wetenschappers, kunstschilders, zeelieden en ambachtslieden het land binnen. De Sefardische Joden werden geweerd uit de gilden en legden zich daarom toe op medische beroepen, makelaardij, geldhandel, boekdrukkunst, suikerraffinaderij, wiskunde en diamanten.

Waarom lukte de integratie toen wel en nu niet? De mensen die toen binnenkwamen, waren van een uitstekend niveau, veelal direct inzetbaar. Er zaten vele bekende wetenschappers en kunstenaars bij, zoals schrijver en filosoof Caspar Barlaeus (1584-1648), boekdrukker, schrijver en uitgever van Franse afkomst Christoffel Plantijn (1520-1589), filosoof en lenzenslijper Baruch Spinoza (1632-1677), kunstschilder en graficus Gerard de Lairesse (1640-1711), in 1664 na een ruzie gevlucht uit Luik naar Maastricht, en vele anderen. Historici en kunstkenners weten dat de immigranten uit de Zuidelijke Nederlanden een grote bijdrage leverden aan het sociaal-culturele leven. Dat gold ook voor immigranten uit Spanje, Frankrijk en Portugal. Het was het neusje van de zalm, een enorme verrijking.

Het mag duidelijk zijn dat de huidige immigranten en die uit het verleden onvergelijkbaar zijn. Voorheen kwamen nieuwkomers hier om iets op te bouwen en te presteren. Dat moest wel, want er bestond niet het vangnet van een verzorgingsstaat. Het was keihard werken of omkomen. De immigrantengemeenschappen van toen steunden bovendien zelf hun eigen armen.

De professionele kwaliteit en het immigratiemotief van de nieuwkomers is nu geheel anders. In de VOC-tijd ging het onder meer om handwerkslieden in een destijds laag ontwikkelde arbeidsmarkt. Op dit ogenblik is het niveauverschil in arbeidsverhoudingen immens. In onze technologisch hoogwaardige tijd vinden mensen uit Marokko, het Midden-Oosten, Afghanistan, Somalië en sub-Sahara Afrika geen of amper aansluiting op de arbeidsmarkt, waardoor ze gefrustreerd raken. Vervolgens menen ze, daartoe opgejut door hun zelfbenoemde leiders, dat ze gediscrimineerd worden.

Was de focus van de immigranten toen anders? Ja, maar die van ons ook. Nu is onze focus deels op goedkope arbeid, maar ook doorgeschoten goedertierenheid. In de VOC-tijd kwamen de immigranten met een enorme ‘drive’ om te slagen in goede harmonie met ons. Die drijfveer is er nu niet bij de immigranten uit landen met een cultuur die haaks staat op de onze. De huidige immigranten behouden liever de band met het thuisland. Het ergste is nog dat Nederland dit faciliteert.

Zorgen de immigranten voor een braindrain uit hun landen van herkomst? Ja. Dat is te betreuren, want ze hebben daar alle krachten hard nodig voor het opbouwen van hun land. De immigranten uit de zestiende en de zeventiende eeuw waren niet uit op botsingen met de inwoners van Nederland. Die van tegenwoordig vaak wel. Minderhedenleiders en imams prediken openlijk: integreer niet! Allochtonen die wel integreren, wordt dit verweten. Moslims verschijnen amper bij nationale feestdagen en nationale herdenkingen. Hoe kun je dan autochtonen ‘uitsluiting’ verwijten?

Leo Lucassen houdt ons voor: binnen enkele generaties is de integratie voltooid. Dit is in strijd met de feiten (zie de CBS-statistieken over werkloosheid en criminaliteit). Hoe hoger het opleidingsniveau van de autochtone Nederlanders, hoe naïever ze lijken te zijn. Met als summum Leo Lucassen en Sigrid Kaag. Of houden ze ons voor het lapje? De website van D66 gaat enkel over ‘verrijkende’ immigranten. Aan de onderkant van de opleidingspiramide weten ze beter.

Frits Bosch is macro-econoom en schrijver van onder meer Onbehagen bij de elite (2018), Schaft ook Nederland zich af? (2019) en Feminisme op de werkvloer (2020).

Credits foto: Kalhh, Pixabay.