Na vier jaar ‘zeer serieuze veldstudie’ concludeert de Franse onderzoeker en schrijver Bernard Rougier dat ‘in migrantenwijken’ het ‘de islamisten’ zijn die ‘de dienst uitmaken’ en dus hele wijken naar hun hand zetten en islamiseren – i.e. islamitischer maken – met alle gevolgen van dien voor onder meer de vrijheid en de welvaart. Dat is precies wat ik, aan de hand van talloze voorbeelden en een analyse van de dynamiek en het proces van de islamisering, betoog in mijn boek ‘Voor vrijheid dus tegen islamisering’, dat het licht zag in juni 2018.

Wellicht is het daarom dat de Vlaamse krant De Morgen mijn opiniestuk hierover heeft geweigerd: een Vlaams Belanger die gelijk krijgt van een serieuze onderzoeker, dat is zuur voor de zalm. Dezelfde krant gaf echter wel een podium aan een van de meest gehypete en bekendste moslims van Vlaanderen, Othman El Hammouchi, die zijn kritiek op de analyse van Rougier de vrije loop mocht laten.

El Hammouchi beseft echter wel dat hij de zorgwekkende onderzoeksbevindingen van deze specialist moeilijk kan onderuithalen, dus gooit hij het over een andere boeg: ‘orthodoxe gelovigen’, zo schrijft hij ‘zijn geen potentiële terroristen’.

Ten eerste hangt dat er natuurlijk maar vanaf wat die ‘orthodoxe gelovigen’ precies geloven en wat hun einddoel is. Want zoals de bekende filosoof en religiecriticus Sam Harris stelt: ‘Het probleem met het islamitisch fundamentalisme zijn de fundamenten van de islam.’ Terecht merkt Harris op dat ‘jaïnistisch fundamentalisme’, in tegenstelling tot islamitisch fundamentalisme, geen groot risico inhoudt om uit te monden in terreur en inhumane wetten à la de sharia. De fundamenten van het jaïnisme zijn immers zowat tegengesteld aan die van de islam.

Ten tweede is het uiteraard zo dat onderzoeker Rougier niet beweert dat alle islamisten ‘potentiële terroristen’ zijn, maar wel dat ze de wijken waar ze de plak zwaaien fundamenteel veranderen: via (subtiele) dwang en intimidatie veranderen ze die wijken zodanig, dat die steeds islamitischer worden. Concreet noemt hij het principe van ‘gehoorzaamheid en afkeuring’ – al-wala’ wa al-barra’ in het Arabisch – dat er in de praktijk op neerkomt dat eenieder die zich niet gedraagt volgens de regels en wetten van de islam, als een slechte moslim of afvallige wordt gebrandmerkt. En dus grote problemen krijgt. Rougier: ‘Iedereen in de banlieue weet wat je wel en niet mag doen als moslim.’

In zulke wijken is de socioreligieuze controle en druk van moslimfundamentalisten op straat, op school, in de sportclub, in de halalwinkel en uiteraard in moskeeën en Koranscholen, verstikkend, dwingend en immer aanwezig. Zo wordt er ook gewerkt met verklikkers: in feite is het een combinatie van sektarische en maffiose componenten, waardoor veel moslims voortdurend met de vrees leven geen goede moslim te zijn en dus zware gevolgen te ondervinden. Ik heb weet van (potentiële) ex-moslims die om die reden zijn verhuisd naar een andere stad.

Waarom zou men ook jihad-aanslagen plegen wanneer de diverse vrijheden die het Westen eigen zijn – de vrijheid van meningsuiting, van religie, van vereniging, van handel – de islamist alle mogelijkheden en faciliteiten biedt om hele wijken en de daar wonende islamitische gemeenschap te islamiseren in en zijn greep te houden? Terwijl een islamistische organisatie als de Moslimbroederschap in het Midden-Oosten met tirannie en geweld wordt bestreden, kunnen de adepten ervan in het Westen doorgaans ongestoord hun gang gaan. Filosoof en televisiemaker Jan Leyers zei hierover: ‘Dat is het paradoxale: dankzij de vrijheid hier in Europa kunnen extreme tendensen binnen de islam tot uiting komen.’

Rougier stelt ook vast wat psycholoog Timon Dias al eerder beschreef als een ‘uniek Europees probleem’, namelijk de synthese tussen criminaliteit, straatleven en de islam. Dias ziet, naast het feit dat beide groepen zich als moslim identificeren, drie belangrijke overeenkomsten tussen orthodoxe moslims of islamisten enerzijds en criminele moslims anderzijds: het koesteren van subversieve intenties jegens de maatschappij waarin zij wonen; het verheerlijken van geweld (religieus gemotiveerd dan wel gang- en criminaliteit-gerelateerd geweld, of een combinatie); en de sterke neiging tot het minachten of haten van niet-moslims en met name de Joden.

Maar El Hammouchi negeert dit, zoals hij wel meer bevindingen van onderzoeker Rougier negeert. Tegelijkertijd bekrachtigt El Hammouchi, wellicht onbedoeld, Rougiers punt wanneer hij stelt:

‘Halal en haram zijn even oud zijn als de islam en maken er wezenlijk deel van uit. Ze komen voor in de Koran en de vroegste werken van de vier rechtsscholen. Het is historische onzin om te beweren dat ze het recente product zouden zijn van een sinistere islamisten.’

Dat is nu juist hét probleem: het zogenaamde islamisme, waarbij wat islamitisch is als goed en wat niet-islamitisch is als slecht of zelfs ‘het kwaad’ wordt gebrandmerkt, zit diep ingebakken in de islam – de Koran en Hadith zijn in feite langgerekte haattirades en oproepen tot geweld tegen alles wat niet-islamitisch is. Deze natuur van de islam resulteert in islamitische apartheid en vergiftigt heel wat moslims met minachting en haat tegenover zowat alles wat niet-islamitisch is, met name alles wat te maken heeft met of gebruik maakt van onze individuele vrijheden.

Bernard Rougier ‘formuleert afgewogen, zo precies mogelijk,’ schrijft De Morgen. Ook El Hammouchi houdt zijn semantiek goed in de gaten: hij wendt de algemene termen ‘orthodoxe’, ‘gelovigen’ en ‘religie’ aan, terwijl Rougier de veel treffendere begrippen ‘islamisten’, ‘moslimfundamentalisten’ en ‘islam / islamisme’ gebruikt. Dat is geen toeval, ook Rougier waarschuwt voor deze strategie. Door middel van woordgebruik wil El Hammouchi sympathie losweken bij gelovigen van andere religies en bovendien doen alsof de islam niet, zoals de Amerikaans-Libanese politicoloog Shadi Hamid terecht schrijft in zijn boek Islamic Exceptionalism, ‘exceptioneel’ is, namelijk anders dan alle andere.

Hamid stelt dat de islam fundamenteel verschilt van de andere grote wereldreligies net omdát hij inherent politiek en allesomvattend, totalitair is. Naast een profeet was Mohammed immers ook een staatsman, en volgens de islam moeten ook de aardse en politieke werkelijkheid door Allah worden geregeld. De islam is ook de enige ‘religie’ die afvalligheid met de doodstraf bestraft, de islamitische doctrine staat simpelweg haaks op religieuze vrijheid.

Net zoals de Algerijns-Franse schrijver Boualem Sansal waarschuwt Rougier voor het ‘Algerijnse model’, waarbij de regering een soort (stilzwijgend) pact met de islamisten sluit. Sansal:

‘In Algerije hebben de islamisten gewonnen. De strijd is gestreden, ze hebben de wapens neergelegd en gedemobiliseerd. Ze zijn met het geweer in de armen naar de onderhandelingstafel gekomen en hebben hun eisen gedicteerd. Ze hebben gekregen wat ze wilden: moskeeën te kust en te keur, meerdere ministeries, zetels in kamer en senaat, maar bovenal het volk. Zij hebben de samenleving gekregen, terwijl de regering zelf zich teruggetrokken heeft in een handvol bourgeois buurten. Het echte centrum van de macht hebben ze niet in handen, al de rest wel.’

El Hammouchi schrijft echter:

‘Als mensen willen leven volgens allerhande schijnbaar excentrieke culinaire en vestimentaire regels, of het nu in Zurenborg of Molenbeek is, dan is dat hun zaak.’

Alsof het hier zou gaan om hippiewijken waar flowerpower-outfits het straatbeeld domineren! Maar het is goed dat El Hammouchi uitgerekend die twee wijken noemt, want ze verschillen natuurlijk fundamenteel: herkenbare homoseksuelen lopen in Molenbeek wél en in Zurenborg níet een groot risico dat ze worden uitgescholden of aangevallen; meisjes en vrouwen voelen zich in Molenbeek een pak minder veilig dan in Zurenborg; in Molenbeek kon een van de meest gezochte jihadisten maandenlang wonen zonder te worden verklikt, in Zurenborg is dat onbestaand; tijdens nieuwjaarsnacht verwordt Molenbeek tot een oorlogszone met brandstichtingen, vandalisme en geweld, terwijl Zurenborg die nacht een oase van rust is (tenzij een verdwaalde groep ‘jongeren’ die wijk zou binnentrekken).

Kennelijk zijn dit lastige waarheden voor de auteur van een boek dat nota bene ‘Lastige waarheden’ heet, want El Hammouchi zet zulke vaststellingen gemakshalve weg als ‘een vorm van islamofobe stigmatisering die zeer gevaarlijk is’. Mocht El Hammouchi hebben gewoond in een van de geïslamiseerde wijken die Bernard Rougier heeft onderzocht, dan zou Rougier deze zelfverklaarde ‘activist voor religieuze vrijheid’ hebben gekwalificeerd als ‘een welbespraakte islamist in maatpak’.


Dit artikel verscheen eerder op Veren of Lood.


Wilt u reageren?

Dat kan op Facebook of op Twitter.