De afgelopen week is een groot gedeelte van het Nederlands bedrijfsleven stil komen te liggen. Grenzen zijn gesloten, export staat stil, bloemen worden vernietigd, restaurants, luchtvaartmaatschappijen, tandartspraktijken werden gedwongen hun deuren te sluiten en zelfs de omzet van benzinestations is enorm afgenomen.

Inkomsten die  aan de voorkant door BV Nederland worden verdiend zijn totaal gestopt, terwijl de betalingen aan de achterkant gewoon doorlopen. De vaste kosten, zoals huur, energie, leasekosten van apparatuur, verzekeringspremies en personeelskosten gaan gewoon door terwijl er geen cent meer binnenkomt, ondernemen is onmogelijk geworden.

Oorlog, overstromingen, natuurrampen en pandemieën zijn geen ondernemingsrisico’s. Hier komt de nationale veiligheid in gevaar. Het beheersen van deze gevaren is de taak van de overheid. Het is niet de taak van ondernemers om zich te bewapenen tegen dit soort calamiteiten. Dat Minister Wiebes een week geleden nog sprak over ‘bedrijfsrisico’s’ doet vermoeden dat deze overheid de omvang van de ramp niet begrijpt.

De komende weken zullen Nederlanders gaan ervaren dat deze pandemie niet alleen een gezondheidsprobleem is. De economische en financiële  samenhang van de Westerse economieën is al aan het imploderen. De crisis van 2008 was een financiële crisis, de coronapandemie, raakt direct de reële economie en zal zich spoedig uitbreiden naar alle sectoren van de economie.

De ‘genereuze’ maatregelen die het kabinet afgelopen week aankondigde als ondersteuning van het bedrijfsleven zijn onuitvoerbaar en niet genoeg om massa faillissementen te voorkomen. In de sectoren waar de omzet direct naar nul is gedaald, de horeca, toerisme en culturele sector, werken zo’n 1 miljoen mensen, 12% van de werkzame beroepsbevolking. Dit zijn de hardst getroffen sectoren, waarbij 95% van de werknemers naar huis is gestuurd. Ook in de bouw, tuinbouw, export, kinderopvang en zelfs in de zorg zijn bedrijven geheel tot stilstand gekomen. Tandartspraktijken en oogklinieken hebben hun economische activiteiten moeten stoppen en zullen de komende maanden om kunnen vallen.

Het is goed mogelijk dat voor20 tot 30% van de werkzame bevolking, dat is 2 tot 2,5 miljoen mensen, de komende maanden een beroep moet worden gedaan op de tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid van de UWV of de aangekondigde bijzondere bijstandsregeling. Het verwerken van deze aantallen is praktisch onuitvoerbaar. Ondernemers kunnen alleen aanspraak maken op deze regeling als ze hun personeel in dienst houden. De economie zal zich niet snel herstellen, en na deze crisis zullen alsnog veel ontslagen vallen.

Er zijn alleen nu al bijna 100.000 hotels en horecabedrijven die acuut in de problemen zijn gekomen, een aantal tien keer zo groot als het aantal faillissementen in het economisch rampjaar van 2009. Toen gingen over een heel jaar zo’n tienduizend bedrijven failliet.

De minister doet een dwingend beroep op ondernemers om slechts gebruik te maken van de noodmaatregelen als dat absoluut noodzakelijk is. De overheid dwingt ondernemers te sluiten, maar eist wel dat zij hun verzekering, hypotheek en huur betalen uit eigen middelen. Zij moeten hun buffers en pensioenopbouw aanwenden om te zorgen dat de kasstroom naar verzekeraars, vastgoedbeheerders en banken niet stopt.

Ondernemers staan in de voorste linies, en zij zien met eigen ogen dat de economie met een ongekende snelheid aan het imploderen is. Zij begrijpen dat massafaillissementen onvermijdelijk zijn en dat de voorgestelde maatregelen helemaal nooit gaan werken.

Wie achter in de rij staat, zal zijn rekening niet meer betaald krijgen. Ondernemen is nu totaal onmogelijk, het spel is over. Velen begrijpen dat hun uitstaande rekeningen nooit meer betaald gaan worden, en ongeacht of men wel of geen buffers heeft, zij zullen zelf betalingen massaal gaan uitstellen.

In een situatie als deze gaat het niet meer om het spel, maar om het overleven. Deze regering en het parlement, inclusief de oppositie, hebben nog geen idee dat de sneeuwbal van betalingsproblemen is gaan rollen en heel snel zal uitgroeien tot een oncontroleerbare lawine.

De enige oplossing voor deze regering is de noodtoestand uit te roepen, en een moratorium op alle betalingen van huur, lease, energie, hypotheken, en verzekeringspremies bij wet af te kondigen. Alle verplichtingen worden zo twee of drie maanden opgeschort. De ondersteuning van burgers kan dan beperkt worden tot een tegemoetkoming in de betaling van voedsel. Dit moratorium kan op verschillende manieren uitgevoerd worden. Het kan zich beperken tot getroffen bedrijven, maar men kan er ook voor kiezen om elke Nederlander onder deze wet te laten vallen en zelfs alle loonbetalingen, inclusief die van de overheid op te schorten.

De tijd om te handelen is beperkt. Hoe sneller de overheid met vergaande maatregelen en bevoegdheden komt, des te kleiner de schade voor de Nederlandse samenleving.