Ferry de Heer, Haarlem

Vorige week was de Amerikaanse ambassadeur Pete Hoekstra in de talkshow OP1. Hem werden vragen gesteld over de bestorming van het Capitool in Washington. Bijna alle vragen waren erop gericht bij de ambassadeur een subjectief oordeel uit te lokken over de houding, de woorden en de toonzetting van president Trump. Het waren geen open vragen, maar oordelen: Trump zou zich schuldig hebben gemaakt aan opruiing van zijn aanhangers en het aanzetten tot geweld.

Pete Hoekstra is een hoge diplomaat, zijn functie en taak is de VS te vertegenwoordigen in het buitenland. Een Nederlandse journalist zou moeten weten hoe dit zit. Vanzelfsprekend kon Hoekstra niet zijn persoonlijke mening geven over Trump.

Na diverse mislukte pogingen legde de presentator dan maar de focus op de ceremonie in het Congres nadat er een nieuwe president is gekozen. Tafelgast Jort Kelder gaf er blijk van niet te weten hoe het heurt. Als een schooljongen suggereerde hij botweg dat Pete Hoekstra zeker vond dat een bestorming van het Capitool erbij hoort.

Je vraagt je af of het soms de bedoeling was de ambassadeur te schofferen. Bij de NPO bereiden kundige talkshowredacteuren elk vraaggesprek goed voor. Vooral als er een ambassadeur aan tafel zit, denk ik zo. Daarom geloof ik niet dat de lompheid van Jort Kelder toeval was. Juist van de zich fatsoenlijk wanende journalisten van de NPO, die al jaren hun kritiek op het onbehouwen gedrag van Trump niet onder stoelen of banken steken, zou je mogen verwachten dat ze praktiseren wat ze prediken.

Alom is geopperd dat Jort Kelder de mores van de typisch ongemanierde Nederlander etaleert. Kelder is echter zeer internationaal georiënteerd ‒ dat zou toch vormend moeten werken op zijn omgangsvormen. Niettemin weet hij kennelijk niet hoe het heurt in de grotemensenwereld.