De inflatie en de overheidsschulden rijzen de pan uit in de eurozone, de 19 Europese landen die met een gezamenlijke munt handeldrijven. Dat roept vele vragen op. Maar laten we teruggaan naar de basis. Is de eurozone überhaupt wel een geschikt muntgebied?

De nadelen van een muntgebied

Een groot nadeel van een muntgebied is dat er slechts één monetair beleid gevoerd kan worden. Een ander groot nadeel is dat een muntgebied aan heel veel voorwaarden moet voldoen.

Eerste nadeel

Het eerste nadeel van slechts één monetair beleid kunnen voeren, ontstaat doordat er binnen het vastgestelde muntgebied sprake is van vaste wisselkoersen (deelnemende landen gebruiken immers dezelfde munt) en vrij kapitaalverkeer. Hierdoor is zelfstandig monetair beleid niet mogelijk. Het gemeenschappelijk monetair beleid dat binnen een muntgebied wordt gevoerd, is gebaseerd op de gemiddelde behoefte van alle lidstaten tezamen. De behoeften van de verschillende lidstaten lopen echter uiteen, omdat de economieën, ontwikkelingen en wensen van elkaar verschillen. Een gemeenschappelijk monetair beleid is daarom vaak niet in het belang van afzonderlijke lidstaten. 

Tweede nadeel

Het tweede nadeel is dat er sprake moet zijn van een optimaal muntgebied. Binnen een muntgebied kunnen asymmetrische schokken niet meer opgevangen worden door aanpassing van de wisselkoers (er is immers sprake van vaste wisselkoersen). Een land waarin sprake is van een vraaguitval zal het liefst zijn munt willen devalueren. Hierdoor zal de munt goedkoper worden, waardoor de vraag vanuit het buitenland (export) weer zal toenemen. 

Maar dit aanpassingsmechanisme kan dus niet worden gebruikt binnen een muntgebied. Een voorwaarde voor het goed laten werken van een muntgebied is dat er voldoende manieren aanwezig moeten zijn om asymmetrische schokken op te kunnen vangen. De vraag is: zijn er voldoende manieren binnen de eurozone aanwezig om asymmetrische schokken op te kunnen vangen? Vormt de eurozone wel een geschikt muntgebied?

Optimaal muntgebied

Een optimaal muntgebied voldoet aan drie klassieke economische criteria en drie economisch politieke criteria (Optimum Currency Area (OCA) theorie). 

De drie klassieke economische criteria zijn het Kenen-criterium, het McKinnon-criterium en het Mundell-criterium. De eurozone voldoet aan de eerste twee criteria, maar niet aan het laatste criterium.

Kenen-criterium

Het Kenen-criterium houdt in dat een gebied één munt kan gebruiken wanneer de productie en export sterk gediversifieerd zijn, maar wel betrekking hebben op soortgelijke goederen. Door een gediversifieerde economie leidt een vraaguitval naar één product tot minder gevolgen voor de gehele economie. Doordat lidstaten soortgelijke goederen produceren is een eventuele schok niet asymmetrisch, maar symmetrisch. Hoe meer er aan dit criterium wordt voldaan, hoe kleiner de kans op asymmetrische schokken. De eurozone voldoet aan het Kenen-criterium.

McKinnon-criterium

Het McKinnon-criterium houdt in dat een gebied één munt kan gebruiken wanneer de deelnemende landen zeer open staan voor handel en veel handel drijven met elkaar. Individuele landen hebben in zo’n open economie namelijk geen invloed op de marktprijzen en op de rentetarieven. Wisselkoersbeleid heeft hier geen zin, waardoor de prijzen flexibel zijn. Asymmetrische schokken kunnen vervolgens worden opgevangen door prijsveranderingen. De eurozone voldoet aan het McKinnon-criterium.

Mundell-criterium

Het Mundell-criterium houdt in dat een gebied één munt kan gebruiken wanneer er sprake is van een hoge mate van arbeidsmobiliteit. Binnen een optimaal muntgebied verplaatsen mensen zich gemakkelijk. Asymmetrische schokken moeten kunnen worden opgevangen door het verplaatsen van arbeid. Hierdoor belanden landen in een nieuw evenwicht.

Is er sprake van een hoge mate van arbeidsmobiliteit binnen de eurozone? Het antwoord is “nee”. Europeanen verhuizen namelijk weinig. De lage mate van arbeidsmobiliteit kan verklaard worden:

  • Door de culturele verschillen, de verschillen in taal en institutionele belemmeringen. 
  • Doordat werknemers niet beschikken over de vaardigheden om alle verschillende goederen te kunnen maken. Goederen die gemaakt worden in land A kunnen verschillen van goederen die gemaakt worden in land B, waardoor dit ook een belemmering vormt. 
  • Doordat arbeid fysiek kapitaal nodig heeft om productief te zijn. Fysiek kapitaal (zoals fabrieken) is echter niet erg mobiel.

De eurozone voldoet dus niet aan het Mundell-criterium. 

Kan de eurozone op termijn wel voldoen aan het Mundell-criterium? Wellicht zou de arbeidsmobiliteit kunnen worden verhoogd, maar daarvoor moeten de culturele verschillen, de taalverschillen en de institutionele verschillen binnen de eurozone wel verdwijnen. De wenselijkheid hiervan blijft buiten beschouwing, maar het is in ieder geval zeer onwaarschijnlijk dat dit gebeurt.

Drie economische politieke criteria

De drie economische politieke criteria zijn dat (a) landen elkaar moeten steunen via overdrachten, dat (b) de beleidsvoorkeuren tussen landen overeen moeten komen en dat (c) landen een gezamenlijke toekomst moeten zien.

Overdrachten

Landen die overeenkomen om elkaar te compenseren voor nadelige (asymmetrische) schokken kunnen een muntgebied vormen. Binnen de eurozone is echter geen sprake van deze zogenoemde fiscale overdrachten. Kan er in de toekomst wel voldaan worden aan dit criterium? Dat is niet te verwachten, aangezien dit in de praktijk erop neerkomt dat met name Noord-Europese landen zoals Nederland geld moeten overhevelen naar Zuid-Europese landen. De bevolking van de Noord-Europese landen zal hier waarschijnlijk niet mee akkoord gaan, aangezien dit zeer nadelig is voor deze landen. 

Het begrotingsbeleid binnen de eurozone verschilt te sterk van elkaar, hierdoor zullen landen waar een hoge mate van begrotingsdiscipline heerst, moeten opdraaien voor nadelige schokken in landen waar weinig begrotingsdiscipline is. De ervaringen in de afgelopen decennia geven weinig hoop dat de begrotingsdiscipline zal veranderen in deze (met name Zuid-Europese) landen.

Homogene beleidsvoorkeuren

Landen met homogene beleidsvoorkeuren kunnen een muntgebied vormen. Maar binnen de eurozone is hier geen sprake van. Hiervoor hoeven we alleen maar te kijken naar de verschillende inflatieniveaus en schuldniveaus van lidstaten in de afgelopen decennia. Maar ook naar de verschillende reacties op veranderingen in de arbeidsmarkt. Zo moesten in Ierland en Griekenland de lonen na de crisis van 2008 sterk afnemen. In Ierland ging dit goed. In Griekenland kwam hier echter groot protest tegen. Mede hierdoor herstelde Ierland sneller van de crisis dan Griekenland. 

Gezamenlijke toekomst

Gemeenschappelijk monetair beleid kan leiden tot conflicten van nationaal belang, wat leidt tot kosten. Landen die deze kosten aanvaarden ten behoeve van een gemeenschappelijke bestemming kunnen een muntgebied vormen. Landen binnen een muntgebied moeten dus solidair met elkaar zijn en een gezamenlijke toekomst voor ogen hebben. 

Het is maar de vraag of de eurozone aan dit criterium voldoet. Het lijkt er niet op. Ook referenda in de afgelopen decennia wijzen erop dat het maar zeer de vraag is of de verschillende bevolkingsgroepen in Europa een gezamenlijke toekomst willen. Bij dit soort referenda wordt er immers vaak tegen verdere uitbreiding gestemd. Zonder te kijken naar de wenselijkheid van solidariteit (het betekent in de praktijk vooral dat Noord-Europese landen zoals Nederland solidair moeten zijn met Zuid-Europese landen), kan worden geconcludeerd dat er niet voldaan wordt aan dit criterium. De vraag is of er in de toekomst verandering zal komen in de mate van solidariteit.

Conclusie: de eurozone is niet een geschikt muntgebied

Alles op een rij zettend kun je stellen dat de eurozone geen geschikt muntgebied is. Hoewel er aan het Kenen- en McKinnon-criterium voldaan wordt, is dit niet het geval bij het Mundell-criterium en de drie economische politieke criteria. 

Zonder verder in te gaan op de noodzaak tot verdere economische integratie binnen het muntgebied van de Eurolanden (onder andere het harmoniseren van belastingstelsels, van arbeidsmarktregulering en van economisch beleid), kan worden geconcludeerd dat de euromunt in haar huidige vorm niet zal werken. De eurozone blijkt simpelweg geen geschikt muntgebied. Gevolg: de burger is financieel de dupe van zwaar politiek falen. Achteraf is het dan ook niet gek dat voornamelijk politieke overwegingen voorop stonden in 1999 bij het invoeren van de euro. Het bleek een stap in de richting van een ‘ever-closer union’, waar we nu aan vastzitten.