Hoe praat je met jongeren over de Tweede Wereldoorlog? Vraag, gesteld in de papieren bijlage 75 jaar bevrijding van NRC. En hoe de krant ook zijn best doet dit te verbergen achter het eufemisme ‘gemengde scholen’: uit alles blijkt dat de geïnterviewde leraren op allochtonenscholen werken.

Wat deze scholen rond 4 en 5 mei doen, is ‘elementen uit de oorlog koppelen aan de actualiteit, aan hun eigen wereld’. De geoefende lezer van OngehoordNederland voelt het al: hier wordt een rechte lijn getrokken die helemaal niet bestaat.

Het Nationaal Comité 4 en 5 mei maakte het magazine 4Free, voor jongeren in het voortgezet onderwijs en het mbo. Daarin, je verwacht het niet, een interview met een Syrische jongen die al vluchtend via zijn telefoontje een soort dagboek had bijgehouden.

De docente, adding insult to injury: ‘Voor Anne Frank was het haar dagboek, voor hem zijn telefoon’.

De Syrische leerling heeft dit goedkope cliché ongetwijfeld op een presenteerblaadje aangereikt gekregen van de linkse docenten, die geen middel, hoe krampachtig ook, onbeproefd laten om van de Tweede Wereldoorlog een verhaal te bakken dat letterlijk bij de belevingswereld van niet-westerse immigranten moet aansluiten. Ook al verdwijnen daarbij onze verhalen.

Want dat Nederlanders door de nazi’s weggevoerde en vermoorde Joodse landgenoten, voor het vaderland gesneuvelde militairen en gefusilleerde verzetsstrijders willen herdenken op 4 mei, is natuurlijk een affront.

‘Het oorlogsverhaal moet inclusiever’, zegt de Afghaanse rapper Massih Hutak (bekend van zijn mohammedaanse keelstem en straattaalaccent). En zoals NRC knipmest voor leraren die dit hoofdstuk van de Nederlandse geschiedenis willen verdonkeremanen omdat praten over de Jodenvervolging de tere moslimzieltjes zou ontrieven, buigt 1Vandaag (en ook Het Parool) voor de brutale beroepsmoslim Hutak die ons keer op keer herinnert aan de zegeningen van de omvolking.

Geen wonder dat de leerprestaties van Nederlandse scholieren harder kelderen dan ons welvaartsniveau. De leraren doen aan ‘dumbing down’ (versimpelen). De media doen vrolijk mee. Ze deinzen niet terug voor geschiedvervalsing, want zo lang het niet over Marokko, Syrië of Afghanistan gaat, kunnen importleerlingen zich niet ‘met de oorlog verbonden voelen’.

‘Dan ontstaan er mooie discussies over democratie en vrijheid’, zegt de medewerkster ‘educatie’ van het Nationaal Comité 4 en 5 mei ‒ zij is nota bene historicus.

O ja? Vrijheid bestaat in geen enkel islamitisch land en is ook geen begrip in de sharia, de islamitische wet (er is alleen iets als de status van niet-slaaf). Democratie is ook onislamitisch. Door deze begrippen te trivialiseren en van hun westerse context te ontdoen, wordt het de perfecte newspeak. 1984 was een handleiding, toch jongens?                  

Het is de taak van de docenten om ‘te laten zien waartoe mensen in staat zijn en hoe ze stap voor stap tot zoiets gruwelijks komen’. Arnon Grunberg spelde het even uit: moslims zijn de nieuwe Joden.

Dat we honderden moskeeën hebben, een Marokkaanse Kamervoorzitter, diverse islamitische Kamerleden, burgemeesters, voetballers, presentatoren, acteurs en een stel matige schrijvers ‒ is allemaal keihard bewijs voor hoe we ‘stap voor stap’ op weg gaan naar de nieuwe holocaust op moslims?

Wat allochtone leerlingen níét op school leren, is hoe het echt is gegaan:

  • 4 november 1940: alle Joden uit overheidsambten ontslagen (hallo islamitische advocaten en politici)
  • 15 mei 1941: Joden mogen niet meer in orkesten spelen (hallo Ali B. en Massih Hutak)
  • 31 mei 1941: bordjes verboden voor Joden in zwembaden, bioscopen en parken (hallo gehersenspoelde jonge lezers: niet omdat ze zich misdroegen, zoals Marokkanen tegenwoordig, maar alleen omdat ze Joods waren)
  • 20 januari 1942: de nazi’s besluiten tot de Endlösung tijdens de Wannsee-conferentie in Berlijn.

Arnon Grunberg heeft een draai om zijn oren verdiend. Peggy zegt het op Twitter en die heeft altijd gelijk.

Wilt u reageren?

Dat kan op Facebook of op Twitter.