Door de gemeente Medemblik werden bijeenkomsten  georganiseerd om over de ‘energie neutrale toekomst’ en de ‘energie transitie’ van gedachte te wisselen. De uitnodiging was door zeven Westfriese gemeenten georganiseerd om de ambitie vorm te geven, zoals die landelijk is geformuleerd door de Regionale Energie Strategie; RES, na een aanvraag door de overheid. De uitkomsten van de RES moeten voor 1 juli geïnventariseerd zijn.

In de RES moet men rekening houden met milieu eisen en voorschriften alsmede geformuleerde bouwvoorschriften. Opvallend is dat de provincie Noord Holland bereid is de voorgeschreven afstand van windturbines ten opzichte van bewoning en aanliggende projecten terug te brengen van zeshonderd meter naar tweehonderd meter, om zo tegemoet te komen aan de gewenste grootschalige bouw en inzet van ca. 175 windmolens. op de reeds door de provincie aangewezen ‘blinde vlekken’, in het landelijk gebied van Westfriesland.

Ik heb de bijeenkomst van 17 januari bijgewoond. Er waren zo’n veertig deelnemers aan de discussie, de eventuele uitkomst kan dus nauwelijks representatief genoemd worden. Er werd steeds de nadruk gelegd op het feit, dat het hier gaat om een inventarisatie van mogelijkheden. Ik kreeg sterk de indruk dat het hier ging om de kwantificering van de al door de provincie aangegeven mogelijk heden. Die waren tenslotte al bij de discussie als situatieschetsen getoond.

De bijeenkomst werd geleid door een consortium, Adviesbureau Generation Energy, gesubsidieerd door het rijk en provincie en uiteindelijk ook door de betrokken gemeenten. Er werd direct op tafel gelegd dat er druk achter zat  om iets te gaan doen op korte termijn. Op de vraag waar de haast vandaan kwam, kwam het antwoord dat we gebonden waren aan het klimaatakkoord van Maastricht en Parijs en dat zeker Brussel, met name de heer Timmermans veel haast had om de groene golf ingevuld te krijgen.  

Er werden een 3-tal mogelijkheden besproken: 


–  Windmolens; zoveel waar mogelijk op land en water

 – Zonnepanelen, zoveel mogelijk, op land en water.

 – Een combinatie hiervan.

Voor andere mogelijkheden was er nog nauwelijks aandacht.  De haast waarmee dit alles van bovenaf wordt opgelegd en aangestuurd, is beangstigend.
Straks gaat de discussie niet meer over de zin en onwenselijkheid van de aangegeven opties, maar alleen nog over de vraag hoever een windmolen van een bebouwing mag verrijzen! 

J.P. Kool,  Medemblik