Gisteren publiceerde politicoloog en medisch informaticus Evert Mouw een rapport over de metingen van de uitstoot van stikstof, die in de discussie ‘stikstofemissie’ wordt genoemd.

Er is nogal wat aan de hand.

Op basis van de officiële vaststellingen over de uitstoot van stikstof wordt beleid gemaakt. Dat leidt tot harde beslissingen, zoals snelheidsbeperkingen voor auto’s, sterk beperkende maatregelen voor boeren, en een bouwstop. Zaken waarover de afgelopen tijd veel maatschappelijke onrust ontstond. Protesterende boeren, maar ook woede bij de bouwwereld en de bevolking omdat bijvoorbeeld de problemen met de woningnood zo weer niet dichter bij een oplossing kwamen.

De belangrijke onderliggende vraag is dan natuurlijk: waar zijn de cijfers over stikstofuitstoot op gebaseerd, die tot zulke concrete en omstreden maatregelen hebben geleid? Want een open debat moet gebaseerd zijn op open bronnen.

De instantie die de ‘feiten’ vaststelt is het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu).

Is het terecht dat politiek beleid direct volgt uit wat het RIVM aanlevert? Evert Mouw heeft daar sterke twijfels over, alleen al op basis van wat het RIVM zelf stelt:

Het RIVM maakt zelf ook voorbehouden over het gebruik van de gegevens en modellen. Toch worden stevige maatschappelijke discussies en ingrijpende beleidskeuzes gemaakt op basis van deze emissiegegevens.

Toch ontbreekt het bij de RIVM niet aan zelfverzekerdheid bij haar presentaties over het stikstof-debat, bijvoorbeeld online.

Uit de RIVM staatjes kunnen we zo opmaken dat de boeren de hoofdschuldigen zijn van de stikstofuitstoot: 46% van de stikstofuitstoot komt van hen. En daarom, concludeert de heersende politiek, moeten de boeren hard worden aangepakt. D66 stelde het ‘schuldpercentage’ van de boeren zelfs nog hoger, en daarom zou de veestapel maar liefst gehalveerd moeten worden.

Dit leidde uiteraard tot grote woede onder de boeren. De gevolgen zagen we op de wegen. Overal trekkers.

Voor de boeren wordt het er alleen maar erger op. Minister Van Veldhoven liet weten dat het land van de uitgekochte boeren weer gebruikt kan worden voor de bouw van woningen. Want qua stikstof is niets zo erg als een boer, toch?

Zijn de boeren nu echte de grote boosdoeners? Voor de echte discussie moeten we terug naar de bronnen: hoe komt het RIVM aan haar percentages? Daar zet het rapport van Evert Mouw grote vraagtekens bij. Is er wel eerlijk gemeten?

Stel dat vlakbij een natuurgebied zowel een boerenbedrijf als een fabriek staan, en het boerenbedrijf is wel geregistreerd als stikstofbron, maar de fabriek niet, dan is er geen volledigheid. Dan zou het kunnen gebeuren dat de boer onterecht het veld moet ruimen.

Wat blijkt: het RIVM komt niet tot conclusies op basis van concrete metingen, maar op basis van simulaties. En daarachter schuilen geen wetenschappelijke overwegingen, maar juridische.

Het beeld bij de gewone burger is als volgt: het RIVM levert de feiten, de politiek komt op basis van de wetenschappelijke feiten tot beleid. Maar zo zit het niet. De ‘feiten’ worden als het ware voorgekookt, panklaar gemaakt voor de politiek. En die neemt het simpelweg over, of laat eerst Remkes er een rapport over maken, en gaat dan met hoge snelheid over tot concrete maatregelen waar gewone burgers zeer veel last van hebben.  

Wat daar nog bijkomt, zo merkt Evert Mouw op, is dat de landelijke conclusies over de stikstofuitstoot gebaseerd zijn op een beperkt aantal meetpunten. Iets wat de meeste mensen zich helemaal niet zullen realiseren:

Het is de eigen ervaring van de auteur dat veel personen uit het publiek in de veronderstelling waren, en soms nog steeds zijn, dat de emissiedata gebaseerd zijn op metingen en dat de depositiekaarten (de berekende neerslag) daarmee een beeld geven van de gemeten werkelijkheid. Het aantal NH3 meetstations, zes, waarvan vier in actief gebruik, komt vaak als een verrassing.

Er zijn bovendien nieuwe wetenschappelijke inzichten die helemaal niet meegenomen worden door het RIVM, en dus ook niet door de politiek.  Daar wordt ook in het rapport naar verwezen:

“Bij het uitrijden van mest op het veld stoot de landbouw 10 procent minder ammoniak uit dan we dachten. Dat blijkt uit nieuwe emissieberekeningen van WUR. (-) Hiermee zijn de landbouwemissies voor wat betreft NH3 in de emissiegegevens van 2017 dus niet langer juist.”

Kritische burgers als Rutger van den Noort en Robert Bor stelden vragen over de handelswijze van het RIVM, en kregen daar ook officiële antwoorden op.

Het gisteren verschenen rapport concludeert dat de methode van het RIVM leidde tot een ‘hoge onzekerheid op lokaal niveau.’ En juist op dit lokale niveau worden de beslissingen genomen die zo zwaar uitpakken voor de boeren. Het RIVM blijkt dit zelf ook toe te geven.

Bovendien: de lokale effecten van de door boeren geproduceerde stikstofuitstoot op de natuur blijken volgens nieuw wetenschappelijk onderzoek ook zwaar overdreven te worden. Mouw schrijft:

“Het Wageningse onderzoek van Jan Klaas Santing heeft in de stikstofdiscussie enige bekendheid gekregen. Hij kon de stikstofdepositie tot 400 meter afstand van de boerderij meten, maar niet verder. (-) Hij concludeert dan ook: het OPS-model dat is ontwikkeld door het RIVM en vooral gebruikt wordt door Alterra om de omvang van de stikstofdepositie te simuleren in een bepaald gebied bevat een overschatting van de droge depositie snelheid en mist de implementatie van het gewas compensatiepunt. Hierdoor wordt een negatieve invloed van deze bedrijven op aanliggende natuurgebieden ten onrechte gesuggereerd.”

Er is wel meer mis met de officiële metingen. Zo worden militaire vliegvelden niet meegemeten. De internationale scheepvaart ook niet. Net zo min als hoger dan drieduizend voet vliegende vliegtuigen.

Veel bedrijven blijken bovendien zonder vergunning te werken. Mouw:

“Hierdoor staan ze niet in de emissieregistratie en dus niet in de stikstofemissie brondata. In de pilot werden 21 industriële bedrijven zonder vergunning onderzocht. Gebleken is dat 7 bedrijven in werking waren zonder de benodigde vergunning of melding (30%).”

Met andere woorden: bedrijven worden vaak niet mee gemeten en ook dat pakt negatief uit voor het percentage stikstofuitstoot dat aan de boeren wordt toegeschreven.

Het RIVM maakte daarom een schatting ‘onbekende bronnen.’ Maar hoe wetenschappelijk is dat?

En dit alles is dus geen theoretische discussie. Het leidt, zoals gezegd, tot concreet beleid waar we allemaal mee te maken krijgen. En in grote lijnen pakt het telkens slecht uit voor de boeren.

“(-) waar er door de commissie Remkes minder aan het verkeer wordt toegeschreven, wordt er fors meer uitstoot aan de landbouw toegeschreven.”

Daar komt nog bij: de industrie blijkt een soort vrijstelling te hebben, en mag via afgeschermde bronnen (die dus niet inzichtelijk zijn voor het publieke debat) zelf de eigen uitstoot opgeven!

Via e-MJV, “een beveiligde en afgeschermde webapplicatie”, kan de industrie de eigen emissies doorgeven. Die worden ook gebruikt voor Europese rapportages. Hoe open is deze werkwijze?

 Het rapport komt dan ook tot de conclusie:

De emissiedata zijn ongeschikt voor het maken van goed beleid dat aan alle sectoren evenveel recht doet.

Wie zit te wachten op een nieuw huis, of wie een boerenbedrijf probeert te runnen, is nu het slachtoffer van dit op basis van scheve berekeningen gemaakte beleid:

Het is aan gezinnen die zonder woning zitten, of aan bouwers en boeren die hun economische bestaan verloren hebben, niet uit te leggen dat hun misère noodzakelijk is omdat de samenleving de voorkeur geeft aan wensnatuur, of omdat de bestuurlijke sector zichzelf gegijzeld heeft met falende regelsystemen, of omdat emissiegegevens oneigenlijk gebruikt worden. Dit beleid heeft grote gevolgen voor de bevolkingsgroep in de agrarische sector. Nu al is zelfdoding in de agrarische sector een punt van zorg.

Er is door overheidsinstanties dus slecht werk afgeleverd. Cijfers zijn gedraaid en gemanipuleerd in de richting waar de zittende politiek deze wenste. En het gevolg: de boeren zijn de klos. Wat zit daar toch achter?

Wilt u reageren?

Dat kan op Facebook of op Twitter.