Op 22 januari vond er in Brussel een conferentie over gezichtsherkenning plaats. Er werd besproken wat de kansen en bedreigingen zijn van deze nieuwe technologie, in het licht van onder andere privacy, data protection en kunstmatige intelligentie (AI).

Onder meer Sophie in ’t Veld (D66) voerde het woord.

Ze blikte nostalgisch terug op de tijd waarin nog slechts enkele verloren zielen over privacy spraken en contrasteerde die periode met de situatie van vandaag, waarin de Europese Commissie een totaalverbod op gezichtsherkenning overweegt. Ondanks dat ze D66’er is, kan ze goed uitleggen waarom ze zich met deze onderwerpen bezighoudt en waarom ze politiek relevant zijn.

Tijdens het panelgesprek werd belicht dat Microsoft sinds juli 2018 met gezichtsherkenning bezig is, terwijl er geen wettelijke basis zou bestaan voor de politie om dit te gebruiken. In Duitsland ontwikkelt men dit momenteel en in België zijn al experimenten gaande.

Opmerkelijk is dat het Europees Hof zou gaan bepalen of gezichtsherkenning ‘proportioneel en noodzakelijk’ is. Microsoft, aanwezig in het panel, noemde het een goede zaak dat de rechter dit uitmaakt. De vraag is echter of dit niet democratisch zou moeten worden bepaald.

Lotte Houwing van Bits of Freedom legde de vinger op de zere plek. Langzaam maar zeker zal deze technologie worden doorgevoerd. Steeds zullen burgers door activisten worden opgepept om te protesteren. Want hoe vrij kun je nog spreken als je overal geregistreerd staat? Op termijn blijkt het echter onmogelijk om steeds weer energie te vinden voor manifestaties. Omdat zowel de industrie als de overheid er te veel voordeel bij hebben, raakt het gebruik van gezichtsherkenning mettertijd genormaliseerd.

Houwing had hier een punt, want in die situatie is de techniek leidend en de democratie zwalkt er achteraan. Het gaat erom welk model voor de samenleving wenselijk is en welk model niet. Je moet eerst bepalen wat acceptabel is – pas dán moet de technologie verder gaan.

Een vraag die echter niet gesteld werd, is of de opmars van gezichtsherkenning mogelijk met open grenzen samenhangt. Als je een leefomgeving deelt met steeds meer mensen die je niet persoonlijk kent, is het verleidelijk om sociale controle uit te besteden aan AI. Een andere vraag is of de Europese Commissie überhaupt bevoegd is om EU-brede standaarden voor gezichtsherkenning te definiëren.

Iemand in het publiek noemde zulke overdenkingen “naïef gefantaseer.” China en multinationals zouden dit sowieso uitrollen en vroeg of laat krijgen burgers het over zich heen. Houwing antwoordde dat wie zo denkt, de notie van mensenrechten net zo goed kan schrappen. Op mijn beurt noteerde ik dat alle aanwezigen spraken over het indammen van gezichtsherkenning en het waarborgen van privacy door juridisch-administratieve autoriteiten. Niemand zei iets over de rol van het parlement of andere democratische organen.

Maar het wordt nóg gekker. De rook van de conferentie was nauwelijks opgetrokken of Sophie in ’t Veld stuurde een schokkende e-mail. De EU blijkt zelf al bezig om gezichtsherkenning in te voeren. Departement-Generaal ITEC ontwikkelt gezichtsherkenning “in de context van biometrisch-gebaseerde veiligheid en diensten voor haar leden,” deel van het project Artificial Intelligence for better services. Ook citeerde ze een tekst waaruit blijkt dat het gebruik van deze technologie gevolgen heeft voor de manier waarop stafleden worden geworven en geprofileerd.

Er werd zelfs gesproken van een “radicale transformatie van de organisatie ten voordele van de interinstitutionele samenwerking”. Dit maakte zoveel los dat Politico haar email opnam in een nieuwsbrief. Ondanks de commotie blijft echter onduidelijk hoe Europarlementariërs en hun stafleden nu precies zullen profiteren van dit project.

Dus wat zagen we hier nu? Een symposium over gezichtsherkenning waarbij de EU zich het recht toe-eigent om verstrekkende regels op te stellen. Het valt op dat de nationale democratie hier helemaal niet meer in naar voren komt. En als een donderslag bij heldere hemel blijkt dat de EU het zelf al implementeert.

Dus wie houdt wie nu voor de gek?


Wilt u reageren?
Dat kan op Facebook of op Twitter.