Het was een lange weg. Ik ben geboren en getogen in een Berberstadje bij de Midden-Atlas in Marokko, uit analfabete ouders. Twee migraties later, naar Israël en vervolgens naar Nederland, had ik nooit kunnen dromen dat ik na een aantal boeken ooit mijn autobiografie Een Marokkaanse Jood zou kunnen publiceren. Mijn migratie-ervaringen hebben me nieuwsgierig gemaakt naar verschillen tussen mensen in communicatie en gedrag. Ik werd de eerste hoogleraar Interculturele Communicatie aan de UvA.

De bekendste theorie over culturele verschillen was toen die van de socioloog Geert Hofstede. Het probleem van zijn benadering (en die van anderen in deze periode) was dat noch de achtergrond van de verschillen erdoor verklaard werd, noch de niveaus waarop de verschillen zich voordeden: macro (continenten of landen), meso (bijvoorbeeld tussen bedrijven) en micro (tussen individuen uit hetzelfde gezin). Ik heb dat uitgewerkt in de ‘structurentheorie’. In de structurentheorie gebruik ik de termen fijnmazige (F) versus grofmazige (G) structuren voor de codes en regels in een samenleving. Zijn er veel of weinig regels? Zijn de regels gedetailleerd of eerder in grote trekken uitgewerkt?

Deze F- en G-structuren bevinden zich op een continuüm van aan de ene kant culturen met heel veel gedetailleerde en strakke omgangscodes en communicatieregels (zoals in Somalië, Turkije, Marokko, Syrië, Pakistan) en aan de andere kant een ruimer, losser stelsel van regels en codes, meer om en nabij (zoals in Canada, de Verenigde Staten, Duitsland, Nederland). Dit verschil is zoals gezegd van toepassing op macro-, meso- én microniveau.

Dat het ene werelddeel, land, regio, stad, bedrijf of individu meer tot de F- en het andere meer tot de G-structuur behoort, schrijf ik toe aan vier factoren: economie (arm/rijk), religie, sociaal milieu en het genetisch materiaal van ieder individu. Voor alle vier factoren geldt dat ontwikkeling (positief dan wel negatief) mogelijk is. Het is niet statisch.

Of je behoort tot de F- dan wel tot de G-structuur heeft vergaande gevolgen voor gedrag, communicatie, beleving en perceptie. Het kan ervoor zorgen dat culturen en individuen zo ver uit elkaar liggen dat ze soms diametraal tegenover elkaar staan en elkaar uitsluiten.

Bij de F-structuur is er een grotere noodzaak tot duidelijkheid (en minder nuancering) over de gehele linie, ook ten aanzien van de diverse rollen die mensen in de samenleving hebben. Meer F betekent ook een sterkere collectieve identiteit; dit betekent dat de groep en niet het individu centraal staat.

De gevolgen hiervan voor gedrag en beleving reiken heel ver:

  • Een extern (in plaats van intern) referentiekader (geweten) voor goed en kwaad;
  • Motivatie door de groep (in tegenstelling tot intrinsieke motivatie);
  • Bijna alles is persoonlijk; er is weinig onderscheid tussen persoonlijk en zakelijk;
  • De nadruk ligt meer op relatie en vorm en minder op inhoud;
  • Het hoogste streven is de eer van de groep en niet zelfontplooiing.
    • De consequenties in praktische zin laten zich raden: communicatie, gedrag, motivatie, onderhandeling, conflicthantering, enzovoorts zijn enorm verschillend. Het heeft ook gevolgen voor de bekende piramide van Maslow, waarmee Maslow de hiërarchie van menselijke behoeften ordent. Maslow onderscheidt primaire behoeften (eten, drinken, een dak boven je hoofd), bestaanszekerheid, de behoefte aan sociaal contact, erkenning en zelfontplooiing, de top van zijn piramide.

      Naar mijn mening geldt de piramide van Maslow voor de westers (G) georiënteerde mens (12 procent van de wereldbevolking), maar niet voor de gehele mensheid. Het oosterse/zuidelijk (F) deel van de wereld (88 procent) kent andere behoeften en daarom ook een andere hiërarchie van behoeften. In de piramide van Pinto, voor de F-culturen, staan de primaire fysieke behoeften onderaan, zoals ook bij Maslow. Maar in de lagen erboven is het anders. Eerst komt het behagen van de groep. Daarboven de goede naam. De top van de piramide is de groepseer.

      De grote vraag is natuurlijk hoe we in het G-land Nederland na decennialang immigranten uit F-landen te hebben ontvangen, moeten omgaan met deze verschillen. Daartoe heb ik de driestappenmethode ontwikkeld, te gebruiken door overheden, bedrijven en in de alledaagse sociale omgang, op microniveau. In het kort komt deze hierop neer:

      Stap 1: de eigen (cultuurgebonden) normen en waarden, als land, regio, bedrijf, organisatie of individu, onder woorden brengen. Welke regels en codes zijn van invloed op het eigen denken, handelen en communiceren?

      Stap 2: de cultuurgebonden normen, waarden en gedragscodes van de ander leren kennen, ofwel kennis verwerven over F-culturen. Bij deze tweede stap worden de meningen over het gedrag van de ander gescheiden van de feiten. Het gaat om onderzoek naar de achtergrond en de reden van het ‘vreemde’ (andere) gedrag of de uiting van de ander.

      Stap 3: vaststellen hoe in de gegeven situatie om te gaan met de geconstateerde verschillen. Waar ligt de grens (de wet, maar ook de eigen grenzen)? Is het haalbaar en gewenst om rekening te houden met de ander, diens gedrag te accepteren en ons aan de ander aan te passen; en tot hoever gaat dat? De eigen grenzen moeten duidelijk en ondubbelzinnig aan de nieuwkomers worden meegedeeld.

      Dit klinkt als gezond verstand, maar in de praktijk is het niet zo gelopen. We weten allemaal dat er al vier decennia bakken vol gemeenschapsgeld is gespendeerd aan immigranten uit F-landen, zonder dat het hielp. De kardinale fout die politici, beleidsmakers, media en anderen maken, is niet institutioneel racisme, discriminatie door werkgevers, zoals activisten beweren.

      Wat nekt het mooie Nederland dan wél? Een denkfout.

      Om Nederland te helpen, heb ik een verklarend begrip bedacht voor wat er misgaat: de attributiefout. Welmenende mensen redeneren als volgt. Ik, lid van de autochtone Nederlandse bevolking, ga ervan uit dat nieuwkomers net als wij eerlijk, fatsoenlijk, de waarheid sprekend, humaan, overheidsgezag respecterend, agressie schuwend, andersdenkenden accepterend en voor vrijheid van meningsuiting zijn en dat zij de medemens de ruimte laten; zij zijn hier met de beste bedoelingen, om een goed bestaan op te bouwen voor hun kinderen. Wij zijn zo en dan zal de allochtoon of migrant ook wel zo zijn, toch?

      Welnu, dát is de attributiefout. Die ander, de allochtoon uit een arme, premoderne samenleving met een F- structuur ‒ dit nog los van de islamitische bagage daarbovenop ‒ heeft een mentale programmering die haaks staat op die van de westerse autochtoon uit de G-structuur. Natuurlijk zijn er mensen in politiek Den Haag die wel weten dat je niet onverkort de eigen westerse waarden en normen kunt toeschrijven aan mensen uit een afwijkende cultuur. Maar om electorale redenen, zeker bij Groen Links, PvdA en D66, negeert men dit gewoonweg. Anderen, zoals de activistische professor Leo Lucassen, vanuit de ideologie van politiek-correct zijn, zien het expres niet.

      In de wijze woorden van de Israëlische psycholoog en Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman:

      De ideologie vertroebelt en vertekent de waarneming. Het kán niet waar zijn en dus besluit men dat het niet waar is. Liever de werkelijkheid ontkennen dan hem onder ogen zien.

      De attributiedenkfout vertroebelt een heldere blik op het immigratieprobleem en wekt verkeerde verwachtingen over de inpasbaarheid van nieuwkomers uit premoderne, collectivistische culturen en hun afstammelingen. Met name als ze een islamitische achtergrond hebben, maar eveneens uit zwart Afrika en de voormalige koloniën in de West. Hun afwijkende mentale programmering is veel hardnekkiger en alles doordringender dan veel westerse mensen aannemen en staat daar haaks op. Dit blijkt in de actualiteit bijvoorbeeld bij de rellen en steekpartijen door Marokkaanse jongens.

      Stelselmatig wordt niet de vraag gesteld waar de cultuurverschillen vandaan komen. Dit niet onder ogen (willen) zien, is schadelijk voor de samenleving als geheel.

      David Pinto is publicist en hoogleraar-directeur Intercultureel Instituut (ICI).

      Credit foto: Simon Matzinger, via Pixabay.