Op 27 augustus sprak ik het jongste parlementslid van Estland, Ruuben Kaalep (26 jaar). Zijn partij, de Conservatieve Volkspartij van Estland, is tevens coalitiepartner. Ruuben kwam in de publiciteit door de houding van zijn hand ‒ de duim en wijsvinger in een cirkel ‒ tijdens de inauguratieceremonie. Hij wilde hiermee laten zien zich in zijn nopjes te voelen, maar werd door links-liberalen later beticht van racisme, een betekenis die het ringteken nergens ter wereld heeft.

Van activist in zijn tienerjaren naar politicus nu: wat wil Ruuben Kaalep bereiken en hoe ziet hij de internationale betrekkingen van zijn land?

Wat heeft u als jong nationalistisch politicus bereikt?

Ruuben Kaalep: ‘Er is een hoop te doen in Estland en er zijn vele dingen in gang gezet door onze partij. Het begint met het laten groeien van het besef van hoe belangrijk onze nationale identiteit is voor ons volk, daar zijn we volop mee bezig. Met succes. Het meest zichtbaar is dit in de door onze partij ingestelde fakkelmars door onze hoofdstad Tallinn. Elk jaar op 24 februari trekken tienduizenden mensen met ontstoken fakkels door de besneeuwde straten van Tallinn om hiermee de onafhankelijkheid van Estland te vieren.’

Tot voor kort was Estland één van de landen die onder het bewind van de Sovjetunie stonden. Wat merkt u hiervan in de huidige tijd?

‘Ik ben het eerste parlementslid van Estland dat zijn hele leven in vrijheid geleefd heeft, dus zonder Sovjetoverheersing. De periode 1940-1990 ligt nog vers in het geheugen bij vele inwoners van Estland. Voor ons is het prioriteit om de huidige Russische invloed in ons land te verminderen en onze samenwerking met buurlanden en andere delen van Europa te vergroten. Zo kunnen we samen een vuist maken tegen groeiende bedreigingen die op ons af komen, de migranten uit de jullie bekende landen, maar ook uit de voormalige Sovjetunie.’

U streeft naar meer samenwerking binnen Europa. Bent u een voorstander van de huidige EU en het EU-beleid?

‘Absoluut niet! De huidige EU wordt overheerst door links-liberaal gedachtengoed, dat afbreuk doet aan de nationale trots van elke natiestaat in Europa. Deze links-liberale visie, die elk taboe doorbreekt, is het grootste gevaar voor Europa. Ik doel op het op het schild hijsen van Black Lives Matter en het toegeven aan islamiseringseisen. Ik vind juist dat we vanuit onze eigen waarden moeten kijken naar etniciteit, moedertaal en de eigen cultuur en religie; dat moet in elk afzonderlijk Europees land. Met deze waarden als uitgangspunt moet het bewustzijn van de nationale identiteit gaan groeien. Europa als de verenigde nationale staten zou ons beter staan en ons meer recht doen, waarbij de soevereiniteit dus bij elk afzonderlijk land blijft.’

Hoe ziet u dan de samenwerking binnen Europa?

‘Uiteraard draait het om de veiligheid van de staten en om behoud van de eigen identiteit. Voor Estland, en voor heel Europa, is een sterke grens met het oosten, de Russen, van groot belang. Hiervoor is verdergaande samenwerking nodig tussen de landen die grenzen aan dit gebied, dat zich uitstrekt van Estland tot en met Roemenië. Deze alliantie is gemodelleerd naar het zogeheten Intermarium, van de Oostzee tot aan de Zwarte Zee, en zou opnieuw invulling moeten krijgen. Daarmee schermt Europa zich af voor de gevaren van Rusland. We kennen het tactisch belang van onze kust. We volgen de onrust in Wit-Rusland en de invloed van Poetin op de voet. Uiteraard is het ook voor de landen in Centraal- en West-Europa noodzakelijk hun grenzen goed te bewaken of desnoods te sluiten om de veiligheid te garanderen.’

Wat zou u willen zeggen tegen de Nederlanders?

‘Tegen de Nederlanders? Ik zou graag iets zeggen tegen alle nationalistische en rechts georiënteerde burgers van Europa. We moeten ons meer verenigen tegen het huidige links-liberale, maar vooral ondemocratische EU-parlement. We moeten ons meer laten horen en laten gelden. Daar waar links activisme is overgenomen door linkse politiek zal er ook meer rechts activisme overgenomen moeten worden door de rechtse politiek. Dat is voor West-Europa en zeker ook voor Nederland essentieel om onze eigen beschaving te behouden.’