L.J.J. Dorrestijn, Sprang-Capelle

Indien de regering serieus werk wil maken van de noodzakelijke woningbouw, dan zijn er nog duizenden locaties te vinden. Daarvan moet alleen het bestemmingsplan worden gewijzigd, omdat het geen beschermde natuurgebieden betreft. Sterker, vaak is er in de omgeving al gebouwd, liggen er nutsvoorzieningen en zijn eigenaren van die ‘inbreidingsgrond’ bereid om de nauwelijks lonende verhuurcontracten op te zeggen ten behoeve van verkoop. Daartoe kan de regering drie maatregelen nemen:

1. Een lage grondprijs vaststellen als voorwaarde voor de verkoop respectievelijk de aanpassing bestemmingsplan.
2. Een inventarisatie van de beschikbare gronden door de gemeentes met vermelding van de beoogde prijsklasse van de woningen.
3. Een verbod van ‘tiny houses’ op kleine lapjes grond die de leefbaarheid van nieuwe bouwclusters aantasten. Voor het geval de gemeentes weigerachtig blijven, zoals al jaren aantoonbaar is, zou een nationaal ‘Meldpunt Bestemmingsplannen’ om knelpunten kenbaar te maken een stap voorwaarts zijn in de aanpak van de woningnood.