Het huidige Nederlandse parlementaire stelsel is vastgelopen. Wij zijn bijna een half jaar na de Tweede Kamerverkiezingen van 17 maart en er is nog steeds geen nieuw kabinet. De kiezer heeft overwegend rechts gestemd, maar het ziet er niet naar uit dat een rechtse regering komt. Merkwaardig is ook dat beoogd premier Mark Rutte meermalen is betrapt op leugens en gebrek aan visie. Tegen hem zijn door de Tweede Kamer een motie van wantrouwen en van afkeuring aangenomen.

Volgens een peiling van Maurice de Hond wil 60 procent van de bevolking opnieuw naar de stembus als er op 1 september geen nieuw kabinet is. 53 procent vindt dat Mark Rutte niet als premier moet terugkomen.

Niettemin ziet ernaar uit dat de VVD-lijstrekker gewoon zal doorgaan als eerste minister. Deze bizarre situatie vloeit voort uit de oude politiek en het is daarom de hoogste tijd voor een nieuwe politiek gebaseerd op een aantal pijlers die ik graag in twee opeenvolgende blogs wil uiteenzetten en toelichten. 

De staat en de burger

De Staat zou er voor de burger moeten zijn, en niet andersom. Maar zonder dat er iemand persoonlijk aansprakelijk is, werd de overheid sluipend een plaag voor het volk. Zo heeft er een wildgroei aan wetten, regels en structuren in Nederland plaatsgevonden. En die gaat maar door. De regelneven in Den Haag weten van geen ophouden als het gaat om het aaneenrijgen van kralen aan de bestuurlijke ketting. Tegelijkertijd tekent zich een ingrijpende wijziging af in het politieke machtsevenwicht. De rijksoverheid verliest zo’n beetje de helft van haar invloed en macht aan de Europese Unie in Brussel. Ook krijgen gemeenten meer zeggenschap en autoriteit toebedeeld. Politieke partijen zien leden vertrekken en de geloofwaardigheid van de politiek in het algemeen neemt verder af. Grote idealen mogen niet meer en noch de staat noch het bedrijfsleven kijkt verder dan vijf jaar vooruit.

Het gevolg is een overbelasting door een groeiende staatsoverhead, waardoor de belastingdruk veel te hoog is opgelopen. Zoals door politicus Pim Fortuyn (1948-2002) is aangetoond, kan de zittende macht dit probleem niet zelf af. Ze moet daartoe opdracht krijgen van een opstandig electoraat. Staat en burger krijgen in dit nieuwe model een zeer markante rol toebedeeld. Ze krijgen een duale maar werkbare positie ten opzichte van elkaar.

Staat en burger in duaal model

De staat moet weer een autoriteit worden die plannen maakt en laat uitvoeren. De burger krijgt invloed via nieuwe keuzemogelijkheden. Het maatschappelijk middenveld met al zijn vaak schimmige organisaties moet, wat zijn politieke invloed betreft, een flinke pas terug doen. De bestuurlijke onmacht van dit moment is namelijk niet alleen te wijten aan een tekort aan leiderschap aan de politieke top, maar ook aan een verstikkende laag semi-overheidsorganisaties, lobbyende burgerverenigingen en een groeiend leger van adviserende instellingen, zoals Urgenda, Greenpeace en Milieudefensie.

Dit proces vormt de voedingsbodem van verkeerde beslissingen, verzanding van besluitvorming en van vriendjespolitiek en corruptie. De bijl erin zetten en een vereenvoudigde structuur opbouwen kost minder werkt sneller en is dankzij de grotere transparantie voor burgers en werkgevers beter te begrijpen. Invloed wordt zo niet meer uitgeoefend via een stroperig vergadercircuit, maar met behulp van de moderne communicatietechnieken. Van indirecte naar directe democratie. Nederland is er rijp voor.

Einde aan de verwarring

In eerste plaats moet er een eind komen aan de maatschappelijke verwarring. Dat kan door duidelijk en eerlijk te zijn. Vooropgesteld: elke verandering brengt zowel bevoordeelde als benadeelde mensen of groeperingen met zich mee. Daar altijd rekening mee houden is onmogelijk. Er is geen verbetering zonder verandering en geen verandering zonder schaafplekken. De nadelen van een dergelijk grote bestuurlijke reorganisatie zijn op te vangen door een sociaal vangnet van voldoende kwaliteit. Bijvoorbeeld: in één moeite kan het grote aantal verschillende uitkeringen worden teruggebracht tot een redelijk basisbedrag, dat iedereen krijgt die om de een of andere reden niet voor zichzelf kan zorgen. En niemand zal worden vergeten, ook niet de clochard onder de brug.

Het doorvoeren van dergelijke ingrijpende wijzigingen vereist leiderschap en een flexibele bestuurslaag. Het Poldermodel, het sparen van de oer-Hollandse kool en de geit, moet wijken voor het nieuwe denken dat gebaseerd is op duidelijkheid en eerlijkheid. Alleen als alle burgers de structuur van de maatschappij begrijpen, is er kans op acceptatie en aansluitend het soort burgerschap dat over de hele breedte als wenselijk wordt ervaren. De uitvoering van deze omwenteling op bestuur gebied zal jaren in beslag nemen en kan alleen worden uitgevoerd als de maatschappelijke instituties er van meet af aan op gemotiveerde wijze bij zijn betrokken.

Uw huishouden en dat van de staat

Naast een theoretische is er ook een emotionele motivatie voor deze drastische aanpak. De Nederlander organiseert op individueel niveau met veel overleg en inzicht zijn eigen territorium. Er worden keuzes gemaakt voor studies, banen, verhuizingen en niet te vergeten relaties. Allemaal ingrijpende zaken, die moed en volharding vereisen. Dat gaat de burger goed af. Neem het verbouwen van een eigen woning. Na voldoende afweging wordt er een besluit genomen. De uitvoering raakt alle leden van het gezin en ontwricht tijdelijk het hele huishouden. De risico’s zijn aanzienlijk, maar worden dapper gedragen. Dit gebeurt in Nederland op grote schaal. Het is een voorbeeld van bestuurlijk succes op individueel niveau. Burgers, die zo succesvol hun eigen leven inrichten, verwachten van hun overheid dezelfde doortastendheid en inzichtelijkheid. En daarin worden zij zwaar teleurgesteld, gezien de vele gestrande of foute plannen, schandalen en affaires, die NL teisteren.

De gapende kloof tussen staat en burger is te wijten aan een onbegrijpelijke belangenverstrengeling, die zich in te veel delen van het maatschappelijk domein heeft kunnen ontwikkelen. Alleen een staat, die hier de hand in eigen boezem durft te steken en bereid is haar bestel aan te passen aan de verwachtingen van haar onderdanen, zal het respect en het vertrouwen terugwinnen dat nodig is voor een dynamische maatschappij, waarin behoudzucht verandert in streven naar verbetering en innovatie.

De kosten van de verbouwing van het huis van die individuele burger zijn op te brengen door een schuld aan te gaan of te sparen. Maar de kosten van de aflossing van die hypotheek zijn vrijwel altijd beheersbaar. Van de overheid wordt geaccepteerd dat er een staatsschuld bestaat, maar die moet ook beheersbaar zijn. Het jaarlijkse tekort op de begroting moet daarom net als in landen als Luxemburg worden omgebogen naar een positief saldo. Nederland moet weer eens winst maken, in plaats van altijd maar verlies te draaien. Dat kan door een simpeler en efficiënter inrichting van het staatsapparaat. Er kan door voldoende afslanking en besparingen een miljardenpot ontstaan (zie een vorige blog hierover), die aangewend kan worden in tijden van calamiteiten.

Interactief besturen

Het is de hoogste tijd dat in bureaucratisch Den Haag het eindeloze circulaire circus verdwijnt. Effectiviteit moet terugkeren in het openbaar bestuur van Nederland. De interactiviteit met de burger moet groter worden. Door bijvoorbeeld het houden van referenda, steekproeven of peilingen. De ICT maakt het mogelijk dat de bewindslieden zowel als het controlerende parlement per omgaande een indruk kunnen krijgen van de mening van de bevolking. Omstreden kwesties als identiteitskaarten, melding, opsporing en aanhouding van verdachten kunnen rechtstreeks met de burger worden afgestemd. Dat is pas interactief besturen. En het voorkomt jaren van tot niets leidende debatten.

Wordt Vervolgd

Prof. dr. David Pinto is hoogleraar-directeur Intercultureel Instituut (ICI) en publicist. Hij is vaste blogschrijver voor Ongehoord Nederland (ON).