De Hongaarse politicus Zsolt Németh is één van de grondleggers van de Fidesz-partij van Orbán Viktor. Via internet spraken we over Visegrád 4 (V4), het samenwerkingsverband van Polen, Hongarije, Tsjechië en Slowakije, en wat de plaats daarvan is binnen de Europese Unie.

‒ Wat is het belang van Visegrád 4 als ook de EU sociale samenhang tussen de lidstaten tot doel heeft?

Zsolt Németh: “Je kunt V4 niet met de Europese Unie vergelijken. Het zijn twee aparte categorieën samenwerkingsverbanden. De EU beoefent deels gemeenschappelijk de nationale soevereiniteit en delegeert het andere deel ervan aan de instituties van de EU. V4 is een lobbygroep van vier staten die in dezelfde positie zitten. Onze alliantie is gebaseerd op concrete projecten. Het eerste grote project, het prototype, was onze toetreding tot de EU. Daarvoor moesten we eerst uit Comecon (de economische organisatie van de Sowjets) stappen en uit het Warschaupact. In 1991 hebben we hieraan gewerkt. Het was een ambitieus plan omdat alle vier de staten nog bezet waren door het Rode Leger van de Sowjetunie. Maar het is ons gelukt dankzij eendrachtige samenwerking. Dus de Visegradgroep is al vóór onze toetreding tot de EU tot stand gekomen. De gezamenlijke lobby maakt V4 tot een succes, dit is de kern en het belang van V4.”

‒ Hoe zwaar drukt het (economische) effect van de coronacris op de V4-landen vergeleken met West-Europa?

“De V4-staten zijn beter uit de erste virusgolf gekomen dan de West-Europeanen. Bijvoorbeeld Slowakije had de laagste sterftecijfers van de EU. Maar ook in Polen en Hongarije viel het mee. Wel hebben we hier een zware prijs voor betaald in de vorm van een forse economische terugval. Anders dan de Zuid-Europese landen waren de V4-landen in een gezonde economische conditie toen de recessie losbarstte. Daardoor konden wij een steunpakket in onze onze economieën steken. Wel is het zo dat Hongarije en ook grotendeels Slowakije exportgedreven zijn. Dat zou een probleem kunnen worden. Onze belangrijkste afzetmarkten liggen in het noordelijk deel van de eurozone, vooral Duitsland. Daar liggen de sterkste economieën van Europa. Gelukkig behoren wij daarom tot het fortuinlijke deel van de EU.”

‒ Gaat V4 een vuist maken tegen Rusland? Of drijven jullie juist meer hun kant op vanwege spanningen met Brussel?

“Er is een Hongaars popliedje uit de tijd van het anticommunistische verzet: als de zanger een vlag was, zou hij helemaal gestrekt zijn zodat hij geen last had van grillige windstoten. Dit is ongeveer de essentie van de Hongaarse filosofie. Aangezien we onze soevereiniteit willen verdedigen tegen pogingen tot de zogeheten ‘heimeljke integratie’ die verder gaan dan de EU-verdragen, gaan we die niet overdragen aan anderen. Rusland is voor Hongarije een belangrijke partner in bepaalde sectoren, zoals energie, maar daar blijft het bij. Onze Poolse en Tsjechische vrienden zijn zeer terughoudend jegens Rusland.”

‒ Wat is de grootste West-Europese misvatting over V4?

“West-Europese landen denken dat ze ons ontwikkelingshulp geven uit het Cohesiefonds, daar moeten wij dankbaar voor zijn en braaf hun richtlijnen volgen. Maar cohesiebeleid is geen ontwikkelingshulp. Het geld dat West-Europese landen hierin steken, zorgt voor orders voor hun ondernemingen. Het Cohesiefonds helpt bij het creëren van profijtelijke markten en investertingsvoorwaarden. Natuurlijk hebben wij hier ook baat bij, dankzij dit EU-fonds hebben we onze economieën kunnen moderniseren. Er is een wederzijds belang: het is geen hulp, maar eerlijk zakendoen tussen gelijkwaardige partners. Alleen is het de vraag of dat wel overal zo begrepen wordt, en daar komt die misvatting vandaan.”

‒ Waar komt de andere benadering in de V4-landen van migratieproblemen vandaan en waarom is deze benadering beter voor jullie?

“Voor ons is het alarmerend wat er in West-Europa gebeurt. We zien radicale islamitische predikers, we zien terroristische aanslagen in de naam van islam, maar de keerzijde is ook zorgwekkend: vluchtelingenkampen die in de brand worden gestoken, openbare belediging van het geloof van de immigranten, wat agressie uitlokt. Wij willen de sociale vrede bewaren. De moslims die al eeuwen in onze landen wonen, worden gerespecteerd. Maar we willen geen islamitische radicalisering doordat er massa’s moslims bijkomen. Onze moslimgemeenschappen willen dat ook niet. Voor ons houdt sociale vrede ook in dat onze Joodse burgers vergeleken met West-Europa hier veel minder last hebben van antisemitische aanvallen. De Joodse gemeenschap in Hongarije is in omvang de derde van Europa. Hun veiligheid is een hoeksteen van ons beleid. Om deze redenen lossen wij onze demografische problemen liever op met beleid dat gezinnen steun biedt dan met immigratie.”

‒ Welke ontwikkelingen verwacht u voor V4 in de nabije toekomst? En wat zijn daarbij de overeenkomsten en verschillen met de rest van Europa?

“Een van de verschillen heb ik al genoemd: dat in onze landen maar weinig immigranten van buiten Europa binnenkomen. Daarom lijden de V4-samenlevingen niet onder de last van alle spanningen die worden veroorzaakt doordat deze immigranten vaak niet succesvol integreren. Het is te verwachten dat dit verschil in sociale vrede tussen West- en Centraal-Europa nog zal toenemen. Onze culturele diversiteit dateert van eeuwen geleden. Het leven in Hongarije gaat niet over rozen. Bijvoorbeeld de Roma hebben vaak in moeilijke omstandigheden geleefd. Toch kun je dit niet vergelijken met de situatie van de migranten, de Hongaarse cultuur zou immers niet kunnen bestaan zonder de zigeunercultuur. Denk aan het muzikale erfgoed van de Roma. Daarom kunnen we hier spreken van een positief model van coëxistentie.

“Ook de economie verschilt flink. West-Europese investeerders kennen gewoonlijk een lage toegevoegde waarde toe aan hun handelsstromen met Centraal-Europa. Hierdoor ontstaat een grote loonkloof tussen ons en West-Europa. Hoe we die kloof kunnen dichten, is een van de grote uitdagingen van de komende decennia. De kern van de Oost-Westconflicten is dat we de EU-regulering die deze verschillen in toegevoegde waarde in beton gieten niet accepteren.”

‒ Slovenië steunt subtiel de V4-landen, zoals bij het veto op het EU-budget en het coronasteunfonds. Hoe ziet V4 een uitbreiding binnen de EU? Bijvoorbeeld iets als het ‘Intermarium’.

“De V4-landen hebben elk hun eigen ethos, maar zien hun alliantie als een middel om het doel te bereiken: een sterk Centraal-Europa. Hetzelfde geldt voor andere initiatieven als het Driezeeëninitiatief of het Intermarium. Alles dat onze regio verzwakt, is slecht, zoals het EU-budget of het corona-reddingspakket. De koppeling daartussen herroept de rechtsorde. Aan de andere kant is alles dat onze regio versterkt goed: V4, Intermarium, Trimarium, Driezeeëninitiatief of andere regionale vormen van samenwerking. Ook tradities als de Hongaars-Poolse broederschap versterken de regio.

“Hongarije en Polen namen beide afstand van het opnemen van het coronareddingsfonds in het reguliere budget. Dit is niet de eerste keer dat we gezamenlijk opkwamen voor onze soevereiniteit. De Hongaarse volksopstand in 1956 tegen de Sowjetoverheersing begon met demonstraties in Polen. En in 1939 vluchtten de meeste Poolse soldaten via Hongarije, destijds formeel bondgenoot van Duitsland, naar West-Europa om zich bij de Geallieerde strijdkrachten te voegen die tegen de nazi’s vochten. Een eeuw geleden viel het Rode Leger de net gestichte Poolse staat binnen in een poging op te rukken naar West-Europa en het sowjetcommunisme te verbreiden. De Polen brachten hen tot staan dankzij een in allerijl georganiseerd Hongaars wapen- en munitietransport. Op dit ogenblik hebben de Slovenen een politiek leider die begrijpt dat Hongarije en Polen ook Slovenië verdedigen.”

‒ Het verdrag van Trianon heeft wonden geslagen in Centraal-Europa, toch is de samenwerking tussen Hongarije en Slowakije sterk binnen de V4. Kan V4 helpen het leven van de Hongaarse minderheid in de buurlanden te verbeteren?

“Inderdaad, de samenwerking tussen Hongarije en Slowakije binnen de V4 is intensiever geworden. Maar we hebben ook een bilaterale samenwerking: we zijn een zeer belangrijke handelspartner voor elkaar en voor corona was er een gigantische toerismeomzet. Die bilaterale samenwerking, hoe belangrijk ook, is trouwens geen onderwerp voor de V4. Rechten van minderheden ook niet. Dat geldt ook voor het gemeenschappelijke verleden (Hongarije en Slowakije zaten negenhonderd jaar in hetzelfde staatsverband) en dat van Slowakije en Tsjechië (zij waren zeventig jaar land één staat). Wel kan vooruitgang in dit soort kwesties V4 ten goede komen.”

‒ Hoe ziet u de samenwerking tussen Visegrád en West-Europese landen, waar iedereen een gemeenschappelijk belang stelt in zakendoen, toerisme, wetenschappelijke uitwisseling, cultuur en ook internationale criminaliteit?

“Precies ook ons ideaal! Zoals we samenwerken met Slowakije ‒ er zijn wel meningsverschillen, maar we zoeken naar de punten van overeenstemming, proberen elkaar zo min mogelijk te benadelen en we bundelen waar nodig onze krachten ‒ zo is ook onze intentie voor de relaties met West-Europa. Niet zonder resultaat: de Hongaars-Duitse samenwerking gaat vrij ver in sommge sectoren, alle debatten ten spijt.”

‒ Wat kunnen de leden van het EU-parlement van Visegrád leren?

“Pragmatisme. In V4 doen ideologieën er niet wezenlijk toe. Wat zwaar telt, is gezamenlijk succes. Er is een tijd geweest dat we met een linkse Slowaakse regering moesten samenwerken; ook toen ging het gezamenlijke lobbyen prima. Wat mij betreft, zou het in de EU een stuk beter gaan als de hoofdzaak was: Waar liggen de gemeenschappelijke belangen van de verschillende regio’s, naties en ideologische kampen? En hoe kunnen we de krachten bundelen om elkaar succesvol te maken?”

Foto: Endre Véssey