Sinds deze maand staat de benzineprijs aan de pomp boven de twee euro per liter, en hij lijkt enkel verder door te stijgen. Volgens de NOS-redactie komt dit ‘voornamelijk door de hoge olieprijzen’. 

Maar is dat zo? Even de feiten checken:

Opbouw benzineprijs

In de zomer van 2005 bedroeg de olieprijs 80 US-dollar per vat, net zo hoog als nu, maar toen betaalden we slechts zo’n €1.40 per liter aan de pomp. Sterker, toen in 2008 de olieprijs piekte op $175 per vat, waren we maar €1.70 kwijt. 

Als we nagaan hoe de prijs van benzine is opgebouwd, zien we dat de prijs van ruwe olie een relatief klein aandeel van 21% van de totale prijs uitmaakt. Daar bovenop komen nog de kosten die een bedrijf als Shell heeft om de ruwe olie te raffineren, op te slaan en te transporteren. Die uitgaven vormen 37% van de benzineprijs. Het leeuwendeel van 63% bestaat uit belastingen. 

Nederland is koploper belasting heffen

Op een liter benzine betaal je nu €0.82 aan accijns en over de productiekosten en de accijns samen ook nog eens 21% BTW. De prijzen in de rest van Europa liggen lager, soms wel €0.60 per liter. Ook daar heffen ze belasting op benzine, maar niet zo overdreven veel als in het Nederland van kabinet Mark Rutte. 

Accijns

Elk jaar kan de Nederlandse overheid de accijns op brandstof met meer dan €0.01 verhogen. Dat lijkt misschien niet veel, maar sinds 2011 zijn de accijnzen daardoor met meer dan 11% gestegen. En bovenop die stijging van de accijns komt ook nog eens de BTW. In 2012 is bovendien de BTW verhoogd van 19% naar 21%, wat de benzine ook weer duurder maakte. Hierdoor is de directe belasting op benzine sinds 2008 al met €0.19 cent per liter gestegen. 

Euro vs Dollar

Externe factoren spelen ook een rol, bijvoorbeeld de daling van onze betalingsmunt de euro tegenover de Amerikaanse dollar. In 2008 kreeg je voor €1 nog $1.47, in 2021 is dit slechts $1.16. Een daling in de waarde van de euro van 20% is iets dat de olie, waarbij de prijs altijd wordt berekend in dollars, duurder maakt. 

Green Deal

Klimaatdoelen zorgen voor verdere stijging. Een voorbeeld zijn de ‘carbon credits’ – het is een wat gecompliceerd systeem waarbij bedrijven een prijs moeten betalen per ton CO2 uitstoot. Deze ‘carbon credits’ worden duurder omdat de EU-beleidsmakers onder leiding van eurocommissaris Frans Timmermans dat wil. Bij duurdere CO2-uitstoot, zo redeneren ze in Brussel, zullen we eerder zaken als een elektrische auto aanschaffen. Een paar jaar geleden lag die prijs nog op zo’n €5. Dit jaar ging de prijs door de €50 euro. In 2030 kost de CO2-belasting minimaal €125, dankzij de Nederlandse overheid. Dat vertaalt zich in zo’n extra €0.20 per liter. Daar komt dan nog €0.04 BTW op. Daarop kunnen we accijns- en BTW-stijgingen rekenen van samen zo’n €0.02 per jaar, dus €0.18 tussen nu en 2030. Als de olieprijs hetzelfde blijft, zal de benzineprijs per liter minstens €0.42 stijgen.Conclusie. Anders dan de NOS ons wil laten geloven ligt de oorzaak dat u anno 2021 bij de pomp diep in de buidel moet tasten niet bij olie-exporterende landen. De benzine-prijsstijging wordt met name veroorzaakt door gretige Nederlandse belastingmaatregelen en een overambitieus Brussels klimaatbeleid.