Drs. Esther N, Wijngaarden

De huidige Coronacrisis is een zoönose waarvan de bron zo goed als zeker onrein wild is, specifiek de vleermuis en het schubdier. Er zijn ook zoönosen die van rein vee overgaan op de mens. We herinneren ons diverse uitbraken, maar die herinnering blijkt geen goed paslood. En zijn dierziekten en zoönosen in soorten en maten. Zoönosen die door rein vee worden overgebracht, zijn van een andere orde.

Tijdens een van de debatten in de Tweede Kamer over Corona werd door Esther Ouwehand van de Partij voor de Dieren gewezen op de intensieve veeteelt als potentieel gevaar voor dergelijke uitbraken. Het was te verwachten dat uit deze hoek die link zou worden gelegd. Evenzo wordt vanuit de groene hoek de link gelegd tussen klimaatverandering en Corona. En de rechterflankziet het globalisme als medeoorzaak.

In de Bijbel betekent de term ‘rein’ dat de dieren geschikt zijn om te eten en de term ‘vee’ houdt in dat de dieren geschikt zijn om mee te leven. Zo onderscheidt de Bijbel vier groepen landdieren (zie tabel).

1     Rein vee: geschikt om te eten en mee te leven.

2     Rein wild: geschikt om te eten, ongeschikt om mee te leven.

3     Onrein vee: ongeschikt om te eten, geschikt om mee te leven.

4     Onrein wild: ongeschikt om te eten noch te leven.

Groep vier ‘onrein wild’ is qua volksgezondheid het probleem. Voor zover zoönosen uitgroeien tot een epidemie, valt het brondier en/of tussengastheer in de categorie onrein wild. Het RD plaatste eerder hierover het artikel ‘Neem Bijbelse scheiding tussen vee en wilde dieren serieus’ (RD 25-03-2020).

Angst voor uitbraken bij dieren is begrijpelijk. De vreselijke beelden van vrachtwagens die gevuld worden met kadavers door mannen in beschermende pakken die lijken op de huidige kleding van ons zorgpersoneel, staan nog op ons netvlies. Grote hoeveelheden dieren vonden de dood: een schrikbeeld voor de burger en een trauma voor de boer.

Sommige uitbraken uit het verleden waren geen zoönosen, maar staan wellicht in ons geheugen opgeslagen als zodanig.

Er zijn dierziekten en zoönosen. Een zoönose is een ziekte die overgedragen kan worden van dier op mens, waarbij de laatste ziek kan worden. Dierziekten zijn ziekten waarbij dieren alleen elkaar besmetten.

De blauwtongcrisis was een ziekte onder herkauwers. Evenzo zijn vrijwel alle vogelgriepvirussen uitbraken onder vogels die niet op mensen overgaan. Het zijn namelijk dierziekten.

Bedrijven worden preventief geruimd om verspreiding onder naburige bedrijven te voorkomen en niet omdat de volksgezondheid gevaar loopt. Onze herinnering slaat evenwel deze events op als ‘gevaarlijk’. Mevrouw Ouwehand heeft wel gelijk dat de dierdichtheid ertoe doet wat betreft het aantal geruimde dieren. Als de vogelgriep een kippenschuur bereikt, gaat het vanzelf om grote aantallen. Echter, de dierdichtheid is niet de oorzaak. De besmetting komt van buiten.

Ook het mond- en klauwzeervirus (MKZ) is geen zoönose. De Mkz-crisis uit 2001 vormde geen enkel gevaar voor de volksgezondheid. Zelfs voor de dieren vormt het geen gevaar. De meeste herkauwers doorstaan het als een griep en komen er weer bovenop. Waarom werden er dan bedrijven geruimd? Dat geschiedde omwille van dwaze exportafspraken.

Dieren met antistoffen in het bloed tegen MKZ mochten niet de grens over. In Nederland werden 265.000 herkauwers vernietigd. De meeste ruimingen waren preventief. Gezond vee werd geruimd, een traumatisch dieptepunt voor de veehouderij. En wat onthouden wij, wat registreert ons collectief geheugen? De kolder van deze pseudocrisis of ‘boerenstallen zijn gevaarlijk’?

BSE, de gekkenkoeienziekte, kan bij de mens de ziekte van Creutzfeldt-Jakob veroorzaken. Het is een zeer zeldzame aandoening. Er is helemaal geen sprake van een epidemie, laat staan een pandemie. Geen virus of bacterie, maar een lichaamsvreemd eiwit in rundvlees, is de boosdoener. Dit eiwit komt van nature niet voor in rundvlees, maar kwam daarin terecht door koeien te voeren met gemalen schapenbeenderen. Sommige botten waren afkomstig van zieke schapen die aan scrapie leden en daar zat het probleem. Toch zit de werkelijke oorzaak dieper. Een koe is een zuivere herbivoor en zal van nature nooit beenderen eten. Door dat wel te doen, gaat de mens in tegen natuurwetten. Zo werd van de koe een kadavereter gemaakt en dat is niet ongestraft gebleven. Is BSE een zoönose? Oordeel zelf. Eerst maakt de mens de koe ziek en daarna kan de mens ziek worden van de ziekgemaakte koe. En wat onthouden wij? Dat runderen ons ziek maken?

Ouderen onder ons kennende ziekte miltvuur of Anthrax. Dit is wel een zoönose, een gevaarlijke zoönose! De beruchte poederbrieven bevatten deze bacterie.Het is een oude ziekte die ook in bijbelse tijden voorkwam. Het wordt door onreine dieren als het varken en de hond overgebrachtmaar ook door het rund, een rein dier.

Er is echter een groot verschil. Het varken en de hond zijn drager. Ze worden zelf niet ziek maar zijn intussen wel besmettelijk voor de mens. Het rund echter,sterft binnen twee dagen na besmetting. Ten aanzien van zieke dieren en dieren die sterven door ziekte is de Bijbel heelduidelijk: eet het niet!

Anthrax kan ook zeer lang overleven in kadavers. Wat betreft kadavers anders dan van de slacht is de Bijbel ook duidelijk: raak het niet aan!

Hier en daar staan in Nederland nog miltvuurbosjes, stukjes begroeiing bovenop met miltvuurbesmette kadavers. De begroeiing moet voorkomen dat er gegraven wordt.Toen de destructiewet op kadavers in Nederland werd ingevoerd, verdween miltvuur.Wat is de Bijbel toch ver voor op onze inzichten, want een kadaverdestructiewet is een heel oud principe. De Israëlieten wisten niet beter dan dat alle slachtafval moest worden verbrand buiten de bebouwde kom (Lev.4:11-13).

Miltvuur kan ook via kleding worden verspreid, met name wolachtige kleding. Het is frappant dat in de Bijbel degene die het slachtafval verbrandde linnen kleding moest dragen en pas mocht terugkeren na een bad en in schone kleding (Lev.16:28). Als de Israëlieten zich hielden aan Godsvoorschriften, was de kans op Anthraxbesmetting erg klein. Miltvuur, een ziekte die niet epidemisch zou zijn geweest, zelfs amper was voorgevallen, als men zich aan Gods voorschriften had gehouden.

Ook Q-koorts is een zoönose die wordt overgebracht door rein vee. Het werd voor het eerst ontdekt in 1937. De oorzaak was de bacterie Coxiellaburnetii. Q-koorts stak in ons land regelmatig de kop op, maar is door verplichte vaccinatie en tankmelkonderzoek inmiddels onder controle. Grazers, met name geiten en schapen,dragen de bacterie bij zich en besmetten elkaar vooral via vruchtwater. De dieren zelf worden amper ziek met uitzondering van de ongeboren vrucht. Spontane abortussen zijn voor de boer aanwijzing dat eventueel Coxiella in de kudde aanwezig is.

De bacterie overleeft in de bodembedekking van de potstal. De boer wordt meestal besmet door stalstof of door stof uit wol in te ademen. Zodra de potstal wordt uitgereden op het land kunnen meer mensen besmet raken.Met name bij droog weer kan de bacterie zich over grote afstand verplaatsen. Daarmee is Q-koorts niet slechts een beroepsziekte, maar een omgevingsziekte.De meeste mensen overwinnen evenwel de infectie zonder problemen. Soms veroorzaakt het long- en hartproblemen. Het is zelden dodelijk.

Voordat vaccins de preventie overnamen, was er beslist het een en ander aan preventie te doen. Als de potstal wordt uitgereden bij regenachtig weer, wordt het stalstof niet verspreid maar slaat direct neer. De omgeving loopt dan geen risico de ziekte op te lopen; wat logistiek betreft lastig voor de boer maar wel effectief, is het regelmatig omwoelen van de potstal.Daardoor komt er zuurstof in de bodem en gaat het materiaal broeien. Tijdens dit proces stijgt de temperatuurtot 65o C. Daarbij worden virussen, larven en ziekteverwekkende bacteriën als Coxiella gedood. In dat geval zou ook de boer beschermd zijn en is Q-koorts als beroepsziekte terug te dringen.

De echte oplossing is schapen en geiten in de wei laten bevallen. Dit is in Nederland voor de betreffende sectoren echter niet haalbaar. Als het vruchtwater direct in de bodem loopt, ontstaat de ziekte amper.

Bovengenoemde zoönosen zijn niet besmettelijk en gaan niet over van mens op mens. BSE is een zeldzaamheid, Q-koorts een beroepsziekte, eventueel omgevingsziekte, maar zij zullen niet uitgroeien tot een epidemie, laat staan pandemie. Dat kan eenvoudigweg niet.

Epidemieën ontstaan alleen wanneer bij een zoönose nadat deze is overgesprongen naar de mens, mensen elkaar besmetten,

Epidemische zoönosen ontstaan altijd in onrein wild. De huidige COVID-19 is daar een voorbeeld van, maar ook de vorige epidemieën SARS (2003) en MERS (2015). En dan heeft rechts gelijk dat het globalisme daarin een grote rol speelt. Door globalisme wordt een epidemie een internationale epidemie en mogelijk een pandemie.

Ons geheugen onthoudt sfeer en emotie en kan ons misleiden. In de nabije toekomst zal de Coronacrisis geëvalueerd worden, ook politiek. De discussie over dierwelzijn en dierdichtheid mag zeker gevoerd worden, maar het is een heel andere discussie. Het is onterecht om bij de huidige Corona-uitbraak een koppeling te leggen met de veehouderij van reine dieren. De veehouderij, ook al is die intensief, speelt geen rol in epidemische zoönosen.

De auteur is bioloog, schrijver/uitgever van opiniërendechristelijke boeken/artikelen

https://www.enoordermeer.nl/artikelen/zo%C3%B6nosen-en-dierziekten/
https://www.enoordermeer.nl/artikelen/scheiding-tussen-vee-en-wild/

© Sola Scriptura april 2020