Geen beter symbool voor Brexit dan Nigel Farage. Ooit begonnen als leider van UKIP, was hij meer dan wie ook de drijvende kracht achter het Britse vertrek uit de EU.

De man die zich graag met een Britse pint in de hand liet fotograferen, stond bekend als een eerlijk en aanspreekbaar man. In dat verband kan het contrast met de Britse premiers (vanaf John Major) tijdens wier bewind zijn agitatie plaatsvond niet groter zijn.

Zijn verhaal is feitelijk ook het verhaal van Brexit, en daardoor ook de groei van een consensus die, tot het moment dat Farage in de politiek verscheen, niet meer was dan een ongedefinieerd onderbuikgevoel.

Als typisch herkenbare Conservatief (tot 1992) werd Farage aanvankelijk gewantrouwd in kringen van de Britse lower classes. Maar het groeiende verzet tegen zijn standpunten, ook vanuit Conservatieve hoek, heeft veel gedaan om hem politiek acceptabel te maken bij mensen die zijn type mens van nature niet erg waarderen.

Onder zijn leiderschap werd UKIP de tweede Britse partij bij de Europese verkiezingen van 2009, en werd de strijd om een referendum over het Britse lidmaatschap van de EU een serieus politiek strijdpunt. Pogingen tezelfdertijd een politieke doorbraak binnen het VK te forceren strandden echter, soms op vrij brute wijze. Farage was weinig te dol zijn zaak voor het voetlicht te brengen, en soms leverde dat exemplarische ongelukken op:

Om de zaak voor eens en altijd te beëindigen, beloofde de Conservatieve premier Cameron een referendum over het Britse lidmaatschap. Iets dat de EU-gezinde regeringen van de huidige lidstaten sinds het succes van 2016 zo ongeveer verboden hebben. Peilingen leken te wijzen op voldoende steun voor een blijvend lidmaatschap, maar de campagne kreeg gaande het er aan voorafgaande jaar een eigen dynamiek.

Met vrij stevige cijfers stemde het VK op 23 juni 2016 voor uittreding uit de EU, en toen was de boot pas echt aan. Premier Cameron trad af, en werd na veel gekonkel vervangen door grijze middenmuis Theresa May, die na een teleurstellend eerste jaar als premier in 2017 weinig doortastend de onderhandelingen over de uittreding begon. Veel meer daarover kunt u hier lezen, maar meer dan dat de Britse bevolking het zat raakte, gebeurde niet. Er werd uitstel op uitstel afgesproken, maar de voortgang stokte.

Dat was in lijn met de hoop die vanuit Brussel herkenbaar werd gekoesterd: dat het VK tijdens de onderhandelingen zou merken dat in de EU blijven de betere optie was. Feitelijk was dat precies dezelfde strategie die premier Balkenende na de referenda over de Europese grondwet deed besluiten dat het Verdrag van Lissabon iets anders was dan diezelfde weggestemde Europese grondwet – opgevuld met wat WC-papier en verpakt in een andere wikkel.

Opmerkelijk genoeg versterkte het uitstel in het VK wél het sentiment dat de Brexit moest worden doorgezet, zodat de logische vervanger van de falende Theresa May vorig jaar Boris Johnson werd, die herkenbaar een betere neus heeft voor de democratische instincten van het Britse volk dan zijn voorgangers.

Het was daarom logisch dat de Conservatieve premier Johnson afgelopen december uiteindelijk de knoop doorhakte, en de EU, na een verpletterende verkiezingsoverwinning (waarbij Farage’s nieuwe Brexit-party een handje hielp) mededeelde dat het VK op 31 januari officieel zou vertrekken, en dat de rest later zou worden geregeld. Iets waarvan ik overigens eerder had voorspeld dat de enige weg was.

Vanavond om 23:00 uur (24:00 uur Brusselse tijd, ook dat nog) is het dan eindelijk zover, en verlaat het VK de EU. Veel afspraken moeten voor 31 december nog worden geregeld, maar ook die datum staat volgens premier Johnson vast.

Voor Farage zal het moeilijk zijn om te kiezen wat zijn finest moment was. De uittreding vandaag, of de overwinning in 2016. Want zowel 23 juni 2016 als 31 januari 2020 zullen voor het VK (en de EU!) historische dagen blijven.

Wilt u reageren?

Dat kan op Facebook of op Twitter.