Sinds vorig jaar hebben de boeren zich flink laten horen en zien. Tractoren reden door het hele land. Boerenorganisaties verenigden zich in het Landbouw Collectief (LC). Dit LC voerde gesprekken met het kabinet. Maar afgelopen woensdag trokken ze zich uit dit overleg terug. Sommige boeren hebben het over nieuwe, hardere acties, zoals het stoppen van de voedselproductie.

In een persbericht zegt het LC dat het overleg steeds stroever verliep. “Alle goede ideeën vanuit de sector worden juridisch lamgeslagen vanuit het ministerie.” Het LC voelt zich gepasseerd en stelt dat op deze wijze verder overleg geen zin heeft. Dit is een belangrijke omslag. Waar eerst landbouworganisaties juist hun best deden om zich te verenigen, om gehoord te worden, en om het gesprek aan te gaan, daar trekken ze zich nu juist terug. Vaak is dat een teken dat veel vergeefs geprobeerd is, of dat er niet langer vertrouwen is in de oprechte bedoelingen van de tegenpartij.

De opstelling van het kabinet is opvallend. Waar andere sectoren tijdens de huidige corona-crisis bijna een carte blanche krijgen, zoals de luchtvaartsector, worden boeren niet ontzien. De regeling waar het kabinet onlangs mee kwam, bestaat eruit dat boeren gedwongen uitgekocht kunnen worden om zo “stikstofruimte” te scheppen. Deze depositieruimte mag vervolgens voor maximaal 70% gebruikt worden voor de ontwikkeling van industrie, verkeer en bewoning. Kortom, de stikstofbelasting op de natuur neemt slechts 30% af, maar de agrarische sector moet wel wijken voor industrie, vliegverkeer, en immigratie.

Op satellietbeelden is te zien dat de concentratie van stikstofdioxide (NO2) enorm is afgenomen. Stikstofverbindingen die vooral van industrie en (vlieg)verkeer afkomstig zijn (NOx), zijn schadelijk voor de volksgezondheid, schadelijk voor de natuur, en gaan dikwijls ook met fijnstof gepaard. Boerenbedrijven stoten hoofdzakelijk ammoniak (NH3) uit. Alleen in hoge concentraties is ammoniak schadelijk voor de luchtwegen. Het kabinet voert nu beleid waarbij het relatief onschadelijke ammoniak ingeruild wordt voor stikstofoxiden.

Dat is in lijn met eerdere overheidspatronen. Een groot deel van de industrie werkte tot voor kort zonder natuurvergunning. In Brabant had 30% van de bedrijven niet de benodigde vergunning (2017); in Gelderland had zelfs 72% de natuurvergunning niet voor elkaar (2019). En dat terwijl van agrarische bedrijven een zeer complete en gedetailleerde administratie verwacht wordt. De luchtvaartsector is al helemaal niet goed in beeld, iets dat ook het Adviescollege Stikstofproblematiek openlijk aangeeft. (Zie mijn rapport stikstofbeleid.)

Eerder deze week kwam het Mesdag zuivelfonds met hun rapport. Het Reformatorisch Dagblad (RD) publiceerde daarover een kritisch artikel, met als titel “Mesdagfonds slikt kritiek op RIVM in”. De nadruk werd gelegd op de eerdere foute uitkomsten van de Mesdag berekeningen. Die getallen waren ook inderdaad foutief. Een narekening door mij gaf andere resultaten, die ik heb gecommuniceerd naar het Mesdag. In het rapport van het Mesdag wordt ook gerefereerd naar, en geciteerd uit, mijn analyse van de rekenfout. Daarbij heb ik kritiek op Mesdag, maar ook op de invoervalidatie en de documentatie van het OPS rekenmodel zoals dat bij het RIVM gehanteerd wordt. Het RD gaat daar volledig aan voorbij. Wel wordt in het RD artikel erkend dat er terechte vragen aan bod komen.

Het Mesdag onderzoek wijst uit, op basis van de gegevens en het rekenmodel van het RIVM, dat het behalen van de stikstofdoelen om onze wensnatuur of designparken te beschermen, nagenoeg onmogelijk is:

Als alle landbouw uit heel Nederland zou verdwijnen, dan worden de kritische depositiewaarden van zo’n 70 procent van de stikstofgevoelige natuurgebieden nog altijd overschreden.

Daarmee komen ze tot eenzelfde conclusie als ik ook in mijn rapport trok. De Natura 2000 gebieden moeten heroverwogen worden. Mogelijk is er winst te halen door de versnipperde gebieden te concentreren, zoals het Planbureau voor de Leefomgeving opperde. Of, denk ik dan, stop met “natuurherstel” zoals het kappen van bossen, en herdefinieer “natuur” niet als schrale, stikstofarme gronden die van nature niet voorkomen in onze rijke rivierdelta. De personen en overheidsinstanties die zo deskundig onze “natuur” beheren, hebben eerder hun kunde al bewezen bij de Oostvaardersplassen. Oftewel, daar mag je best een beetje kritisch op zijn.

Spelletjes en onmogelijke eisen maken het niet eenvoudiger voor de boeren. Sinds de jaren ’80 zijn ze al flink te grazen genomen met ammoniakbeleid. Dat begon, volgens Peter Siebelt in zijn boek Eco Nostra (2003), met de infiltratie van communisten en andere extreemlinkse personen in de natuur- en milieubeweging, alsook met de betrokkenheid van Wageningen bij ontwikkelingssamenwerking. Klopt het verhaal van Siebelt? Navraag bij mensen met ter zake doende “connecties” bracht me als antwoord dat Siebelt te vaak zijn eigen mening en interpretaties geeft in zijn werk, maar dat de door hem gepresenteerde feiten correct zijn. Om die reden werd het boek toch aanbevolen.

De afgelopen decennia heeft de agrarische sector de ammoniak-uitstoot enorm weten te reduceren, maar een belangrijk element binnen de tegenpartij wil niet primair minder ammoniak — nee, ze willen minder boeren. En landbouwgrond, die van een agrarische bestemming naar een andere bestemming kan worden omgetoverd, stijgt enorm in waarde. Er spelen op de achtergrond grote belangen mee. Zulke achterliggende motieven worden door o.a. politici van D66 zelfs hardop uitgesproken.

De boosheid van de boeren is dus niet onterecht. Ammoniakbeleid wordt als stok gebruikt om hen mee te slaan. De nu stil geworden woede is des te groter nadat ze de afgelopen maand al druk bezig waren zich in te zetten voor Nederland. Mondkapjes en andere beschermingsmaterialen werden ingezameld. Circus Renz kreeg voor de dieren een enorme berg voer. Maar nu wordt de crisis misbruikt om er harde maatregelen doorheen te jagen. Wat kunnen boeren nu nog doen? Er wordt in chatgroepen wat geroepen over kruispunten blokkeren, de voedselproductie stopzetten en dergelijke.

Wat ook niet helpt voor het vertrouwen, is een premier die verstek laat gaan bij het overleg met het Landbouw Collectief omdat hij prioriteit geeft aan een bezoek aan een gymles op een school in Oegstgeest.

Zeker nu de situatie met Covid-19 al zo lastig is, lijkt het me niet handig om ook nog eens dit soort grote economische conflicten te gaan voeren rondom wensnatuur. De discussie over stikstof moet in de pauzestand gezet worden tot we weer een normale situatie hebben. Ook geeft dat ademruimte om het beleid rustig te herevalueren op basis van de rapporten van mij, Mesdag, en andere partijen: rapporten die nog niet lang geleden verschenen zijn. Het Adviescollege “meten en berekenen” is zelfs nog niet klaar met de arbeid en is voornemens een vervolgrapport uit te brengen.

Bovendien geeft zo’n pauze misschien kans om vertrouwen terug te winnen. De samenleving is al flink gepolariseerd. Een zwalkend stikstofbeleid, met doelen die onhaalbaar zijn, en achterliggende valse motieven, hebben veel schade aangericht. Er zal tijd nodig zijn, en een fundamentele omslag in het denken van het kabinet, om het vertrouwen terug te winnen.


Wilt u reageren?
Dat kan op Facebook of op Twitter.