Nu alles over Corona gaat, is het gemakkelijk te vergeten dat ons land nog een hoop andere problemen kent. Horeca, zzp’ers en vele anderen hebben het zwaar. Boeren gaan op 17 november opnieuw demonstreren. Ze hebben geen last van corona, maar van Carola. Die stelt nu voor om boerenbedrijven uit te kopen via de provincies.

We stevenen af op een verstedelijkt en multi-etnisch Nederland waarin ambtenaren en grote bedrijven de dienst uitmaken, terwijl voor natuur en boeren steeds minder ruimte overblijft.

Op 3 november jl. werd de opkoopregeling gepubliceerd in de Staatscourant. Als een veehouder wordt uitgekocht, dan wil de overheid heel zeker weten dat hij nooit meer zijn oude leven kan hervatten. De veehouderij zal “niet elders in Nederland een veehouderij […] vestigen of overnemen, ook niet via een deelneming van de veehouder in een vennootschap, samenwerkingsverband of anderszins.” Een soort beroepsverbod. Echt vrijwillig is het niet: de boer zal zonder vergunning immers niet kunnen werken. Onlangs werd in de provincie Friesland al het ambtelijke advies gegeven om een niet-vrijblijvend gebiedsproces te starten.

Heel vrijwillig …

De regeling is bedoeld voor bedrijven die binnen een straal van 10 km van een zogenaamd Natura 2000-gebied zitten. Dit is in veel gevallen juridische ‘natuur’ of wensnatuur. Zo wordt bijvoorbeeld heide op de Veluwe – grond gemaakt door boeren – omgedefinieerd naar natuur. Bomengroei wordt dan als natuurschade gezien. Echter, van nature groeien daar juist bomen, iets wat je alleen met kunstmatige maatregelen kunt stoppen. Hierdoor zijn de stikstofnormen in veel gevallen onhaalbaar. Er zijn ook gebieden die wel echt last hebben van teveel stikstof, maar feiten en definities willen nog wel eens door elkaar lopen.

Hoe die 10 km precies werkt, blijkt niet heel duidelijk uit de tekst. Hierna mijn interpretatie.

De vrijkomende ‘stikstofruimte’ kan grotendeels benut worden voor de bouw van huizen, wegen, luchthavens en dies meer. We kennen veel immigratie, elk jaar een stad als Leeuwarden erbij, dus die ruimte heeft de overheid ook nodig bij dit beleid. De overheid komt nu meer dan 340.000 woningen tekort. Naar buiten toe wordt een en ander gepresenteerd als beleid voor de natuur. In werkelijkheid wordt agrarische stikstof (ammoniak, NH3) vervangen door stikstof van industrie, wegverkeer en luchtvaart (stikstofoxiden, NOx). Of dat gezond is, daar zijn twijfels over.

De milieuactivist Johan Vollenbroek staat bekend als ‘aanstichter’ van de stikstofcrisis omdat hij de eerdere regeling, de Programma Aankoop Stikstof (PAS), juridisch onderuit haalde. Hij vindt dat we moeten streven naar stikstofredúctie, niet naar het vervángen van landbouwstikstof door industriële stikstof. Behalve de agrarische sector neemt hij nu ook steeds meer de luchtvaartsector, de industrie en het vervoer op de korrel.

De minister doet voorkomen alsof ze niet anders kan, we zitten gevangen in een juridische constructie en zijn gebonden aan de Habitatrichtlijn van de Europese Unie. Maar volgens Nico Gerrits, stikstofconsulent in ruste, is de Nederlandse strenge aanpak juist strijdig met de Richtlijn. In zijn stikstoftestament citeert hij uit artikel 2: “In de op grond van deze richtlijn genomen maatregelen wordt rekening gehouden met de vereisten op economisch, sociaal en cultureel gebied, en met de regionale en lokale bijzonderheden.” En hij voegt eraan toe dat wanneer de negatieve economische gevolgen te groot zijn, de richtlijn toestaat dat doelstellingen om een habitat in een gunstige staat te brengen niet worden doorgevoerd.

Onze landelijke overheid schrapt niettemin bestaande bedrijven. De economische, sociale en culturele schade wordt voor lief genomen. Het ‘moet’ immers vanwege ‘Europa’. Waarom hebben we dan strengere stikstofnormen dan Duitsland? Waarom staat dan in de EU-Habitatrichtlijn dat met regionale belangen rekening moet worden gehouden? Waarom gebruikt Nederland een eigen rekenmodel? Het meest fnuikende is dat een model van de werkelijkheid nu juridisch verheven is bóven de werkelijkheid zelf. In de Staatscourant lezen we:

Voor de bepaling van die stikstofdepositie wordt gebruik wordt gemaakt van de Aankoop-Calculator, een rekeninstrument dat door de RIVM ten behoeve van de Minister van LNV is ontwikkeld voor de gerichte opkoop en dat gebruik maakt van depositieberekeningen van de AERIUS Calculator die wordt gebruikt voor de uitvoering van de natuurbeschermingswetgeving.

Kortom, een boer mag niet zelf gaan meten. Hij mag geen andere rekenmodellen gebruiken, zoals die gebruikt worden in andere Europese landen. Iedereen moet verplicht het rekenmodel van WC-Eend gebruiken om te voldoen aan de regelgeving van WC-Eend. Eerder al waren er ernstige twijfels over de geschiktheid van de stikstofdata voor het beleid. Onlangs is daarnaast gebleken dat in dit AERIUS-model ook nog eens ca. 80.000 hectare is ‘bijgeplust’ als ‘stikstofgevoelige natuur’.

Kort samengevat: We hebben een opkoopregeling waarmee boerenbedrijven verplicht opgekocht kunnen worden. De opgekochte boeren mogen nooit meer ergens anders opnieuw beginnen. De vrijgekomen stikstofruimte gaat vooral naar huizenbouw, industrie, wegen en luchtvaart. De minister verschuilt zich achter de EU-Habitatrichtlijn, maar negeert bepalingen over regionale belangen. Er wordt een eigen rekenmodel gebruikt dat juridisch verheven is boven de realiteit. Twijfels over het gebruik van dat rekenmodel zijn nog niet weggenomen. Aan de rekentool zijn op wonderbaarlijke wijze veel nieuwe stikstofgevoelige gebieden toegevoegd.

Een saillant detail is dat het rekenmodel, het Operationeel Prioritaire Stoffen model (OPS), maar heel matigjes onderhouden wordt. De broncode ziet er netjes uit, maar compileert niet goed meer in nieuwe omgevingen. Aanpassingen (‘patches’) werden aangeleverd door de heren Laros en Leenders; er lijkt weinig mee gedaan te worden. Als derden daarmee gaan rekenen, heb je veel kans op een clusterfuck.

Waarom wordt alle beleid opgehangen aan het OPS-model, terwijl dat model maar matig technisch wordt onderhouden? De rekenmodellen lijken eerder beoordeeld te worden op hun geschiktheid voor welgevallige beleidsuitkomsten dan op hun technische en wetenschappelijke gehalte. Waarom werd stikstof in het autoverkeer anders berekend? Ook was er stevige kritiek van het Adviescollege Meten en Berekenen Stikstof, kortweg de commissie-Hordijk.

Momenteel valt het stikstofbeleid zelfs onder de Crisis- en herstelwet, waardoor de minister in theorie de vrije hand heeft. Dat verschaft de minister ‘instrumenten’ die voor de onderhandelingen kunnen worden ingezet. “Je kunt bedrijven hun milieurechten afnemen”, aldus een beleidsmedewerker (via Bitchute).

Niet dat zo’n crisiswet nodig is. Op 10 november verloor de Provincie Limburg een rechtszaak die was aangespannen door milieuorganisaties. Een boer heeft nu een vergunning van de Provincie nodig om zijn koeien in de wei te mogen laten lopen.

Waar gaat dit heen? De minister stelt een resultaatverplichting voor. In de Staatscourant valt te lezen:

Blijkens de kamerbrieven [..] dient in 2030 op ten minste 50 procent van de hectares met stikstofgevoelige natuur in Natura 2000-gebieden de stikstofdepositie onder de kritische depositiewaarden (KDW) te liggen. Om die resultaatsverplichting te realiseren is een stikstofdepositiereductie van gemiddeld 255 mol stikstof (N) per hectare per jaar in 2030 nodig.

De parlementaire redactie van de Telegraaf stelde vast: “Die hele operatie komt grotendeels op het bordje van een volgend kabinet. De praktische kant van de hete stikstofaardappel wordt daarmee doorgeschoven.” Na de eerdere schade die Carola Schouten opliep, waaronder het falen van de belachelijke veevoermaatregel, lijkt ze op de valreep nog haar reputatie te willen redden. (Dat ze daarbij niet goed aansluit bij de boeren, heb ik eerder betoogd.)

De tendens naar meer bebouwing, meer wegen, meer vliegtuigen en mogelijk meer industrie is een tendens naar een voller land. In een voller land is minder ruimte voor natuur. Alle retoriek over natuurbescherming ten spijt past de nieuwe opkoopregeling vooral in het huidige beleid, dat uitgaat van verdere bevolkingsaanwas (immigratie dus), verdere verstedelijking en het nog verder dichtregelen van het land via complexe regelgeving en kunstmatige modellen. Dat is goed voor ambtelijke instanties, multinationals en andere stadsmensen. Ook op andere beleidsterreinen, zoals bij de coronacrisis, zien we dat de belangen van mkb’ers en zzp’ers op een lage plaats komen. Ministers en Kamerleden, ongeacht hun politieke kleur, blijven maar al te vaak in een gesloten circuit van ministeries en grote bedrijven zitten.

Voor boeren is er zo steeds minder ruimte. Op 17 november zullen ze wederom protesteren. Behalve tégen de opkoopregeling, zullen ze ook ergens vóór demonstreren: het begrip Farmer Friendly (boervriendelijk) zal aan het grote publiek gepresenteerd worden.

Credits foto: Dafinchi.

Verder lezen

Nico Gerrits, Probleemloos de stikstofcrisis uit (stikstoftestament), 8 november 2020.

Geesje Rotgers, Veel stikstofgevoelige natuur bijgetekend in rekenmodel Aerius, 10 november 2020.

Rijksoverheid, Regeling gerichte opkoop veehouderijen, 3 november 2020.

Evert Mouw, De illusie van goed stikstofbeleid, 8 februari 2020.