Als we geen neutrale en onbevooroordeelde besprekingen van boeken meer kunnen hebben – zelfs niet van onderzoeksboeken – dan is het einde van onze open intellectuele cultuur in zicht. Met de landelijke verkiezingen in zicht ontstaan er meerdere splinterpartijen tussen FvD en PVV, waarbij toekomstige historici zullen terugblikken op deze rumoerige periode. Eén van de meest belangrijke en pregnante boeken die hierbij als toonaangevende bron zal dienen, is Concurrent of bondgenoot – een christelijk perspectief op populisme (2020) van SGP-denktankmedewerker Dr. J.O (Hans) van de Breevaart.

In Concurrent of bondgenoot gaat Van de Breevaart in op de verhoudingen tussen de SGP en rechts-populistische partijen, of hoe die verhoudingen in de toekomst vormgegeven zouden moeten worden. De meerwaarde van een auteur als Van de Breevaart is dat hij zijn blik richt op de lange termijn, zich niet fixeert op de man maar op de bal. Dit maakt zijn visies blijvend actueel. Al met al is Concurrent of bondgenoot zeer aan te raden kost.

Deze column gaat echter niet alleen over dit boek, maar ook over het meta-onderwerp academische vrijheid, of in elk geval het openstaan voor alle soorten meningen. Als het aankomt op boekbesprekingen dan is uw auteur, zeker waar het de mainstream media betreft, één en ander gewend. Hoogst zelden hebben we échter zo’n bevooroordeelde behandeling van een boek gezien, als in het christelijk ochtendblad Nederlands Dagblad waarin Piet H. de Jong Concurrent of bondgenoot bespreekt. Vanaf het eerste woord is duidelijk dat het boek moet worden kapot gerecenseerd en dat de auteur moet worden neergezet als iemand die niet deugt.

Van de Breevaart probeert te begrijpen waar de kloof tussen populistische partijen en middenpartijen vandaan komt. Voor die poging, überhaupt, kan De Jong geen sympathie opbrengen, maar enkel ten stelligste moreel veroordelen. Door de argumenten van populisten inhoudelijk te onderzoeken, zou de schrijver “het pad effenen voor viruswappies en complottheorieën”. Niet alleen wordt Van den Breevaart afgerekend op standpunten verwoord door de mensen die zijn onderzoeksonderwerp zijn, hij wordt zelfs veroordeeld voor dingen die niet zijn gezegd.

Van de Breevaart is niet zomaar een bemanningslid van de ‘Renaissancevloot’ – het lijkt soms alsof hij hoogstpersoonlijk de zeilen hijst. Dus ja, recensent Piet H. de Jong heeft een punt als hij bij de auteur enige sympathie voor het populisme bespeurt, maar de auteur staaft alles met analyses en feiten. Die feiten passen niet goed in het referentiekader van De Jong, en dus neemt hij het de schrijver kwalijk dat ook ‘alternatieve feiten’ een plek hebben in het boek. Maar alternatieve feiten zijn geen onwaarheden – het zijn feiten die in de mainstream media liever worden doodgezwegen, zoals de meisjeshandel door Pakistaanse bendes in Telford en Rotherham of de massa-aanrandingen van de nieuwjaarsnacht in Keulen.

Door op clichématige manier af te rekenen met het zeer erudiete en feitelijke boek van Van de Breevaart, brengt De Jong de vrije samenleving ernstige schade toe, waarschijnlijk zonder het zelf te beseffen. In plaats van Concurrent of bondgenoot op merite te beoordelen, probeert De Jong het boek om politieke redenen te gronde te richten. Volgens hem is populisme inhoudelijk onderzoeken überhaupt al fout. Boeken zouden op een zo vrij mogelijke, en zo inhoudelijk mogelijke manier besproken moeten kunnen worden. Het klimaat van meningenbubbels en vooringenomenheid creëert obscurantisme waardoor iedereen minder leert van alles dat geschreven wordt. Eeuwig zonde!

Vrijdenkers als Sid Lukkassen hebben uw steun nodig om dit geluid onafhankelijk te blijven verkondigen. Bekijk zijn BackMe-pagina en schrijf u in voor zijn nieuwsbrief.