Er is veel discussie over biomassa. Na de recente documentaire van Michael Moore raakten de gemoederen nog verhitter. Is biomassa een goed idee? Dat hangt ook samen met hoe je naar de natuur kijkt. Dit artikel gaat dieper in op onze verhouding met de natuur.

Verdeeldheid onder groene partijen

Roos Vonk is al lange tijd met dierenrechten bezig. In februari plaatst ze een tweet die niets aan duidelijkheid te wensen overlaat:

Aan de andere kant heb je GroenLinks (GL). Die is minder terughoudend met biomassa. De provinciebestuurder van Noord-Holland, gedeputeerde Edward Stigter, verleende een natuurvergunning aan Vattenfall om een biomassacentrale te bouwen in Diemen. Dat deed hij met weinig tegenzin; op 26 februari retweette hij een bericht over een werkbezoek aan de nieuwe biomassacentrale van Energie Combinatie Wieringermeer (ECW). In Gelderland is een andere gedeputeerde van GroenLinks, Jan van der Meer, verantwoordelijk voor de strategische agenda biomassa. Meer voorbeelden van GroenLinks zijn te vinden op het twitteraccount van Biomassa-Ede en direct op hun website.

(Afbeelding: Enthousiasme over biomassa; de GL gedeputeerde retweet een CDA wethouder.)

Maar wie heeft gelijk?

Bomen nemen CO2 op middels fotosynthese. Bomen verbranden geeft onmiddellijk meer CO2 in de atmosfeer. Het mes snijdt dus aan twee kanten als je bomen voor biomassa gebruikt: minder CO2 opname, maar wel CO2 uitstoot. Daarnaast is ontbossing jammer voor de natuur. In theorie worden enkel productiebossen gebruikt en komt niet meer CO2 vrij dan eerder opgenomen is door de groeiende bomen; de praktijk lijkt minder fraai. Ook zorgen de biomassacentrales voor meer stikstof. De Partij van de Dieren (PvdD) is daarom al langer tegen het gebruik van biomassa. Ook Milieudefensie heeft zich daarbij aangesloten.

Boerenorganisaties zeggen het al langer: Nederland is een rivierdelta, en als je de natuur z’n gang laat gaan, dan komen er bossen. “Holland” komt van “holtland”, oftewel “houtland”. Heidevelden zijn geen natuur, maar cultuurlandschap (dat wil zeggen: “een landschap dat onder invloed van de mens is gevormd.”). Zo zijn de heidevelden op de Veluwe ontstaan door activiteit van mensen. Echter, onze instanties zien dat anders en geloven dat ze natuur kunnen maken en omvormen. Dat is dus eigenlijk wens– of designnatuur.

Het bosareaal in Nederland neemt af omdat er regelmatig gekapt is zonder daar bomen voor terug te plaatsen. De grootste reden hiervoor is dat veel bos verdwijnt voor de omvorming naar andere natuur, zoals heide. Dat gebeurt om aan biodiversiteitsdoelstellingen te voldoen. (De Monitor, 2019)

Terzijde: door die “omvorming” ontstaan ook onhaalbare stikstofnormen. Stikstof zorgt voor boomgroei, terwijl zulke heide eigenlijk onnatuurlijk is en dus kunstmatige omstandigheden nodig heeft om te gedijen. Zowel natuurorganisaties als boeren hebben twijfels over het nieuwe stikstofbeleid.

Biomassa is dus niet de ideale oplossing zoals die soms gepresenteerd wordt. Case closed, zou je zeggen, hoewel het Planbureau voor de Leefomgeving recent nog stelde dat de meningen ver uit elkaar liggen. Dat er miljarden subsidies heen gaan staat niet ter discussie. Het is lastig om het “goed” te doen; in het onderzoek lijkt het accent nu te liggen op biomass done right.

Zelf ben ik een boergezinde vrolijke vleeseter. Dat ik me op dit onderwerp kan vinden in een tweet van Roos Vonk, iemand die zich activistisch opstelt voor vegetarisme, laat vermoeden dat er misschien iets bijzonders aan de hand is.

Misschien moeten we een grotere vraag eerst beantwoorden: hoe verhouden we ons tot de natuur?

Over die vraag gaat de hoofdmoot van dit artikel. Het is een culturele en misschien zelfs spirituele discussie. Je kunt dat niet vangen in concrete cijfers. Toch zal ik een poging doen om iets van die relatie te beschrijven. Ik vraag de lezer om geduld, verstand en verbeeldingskracht te betrachten. Het artikel wordt afgesloten met concrete uitspraken.

De relatie met de natuur (en onszelf)

Toen ik nog een tiener was nam mijn vader me mee naar een vriend van hem. Die vriend leefde op een boerderij in de Veluwse bossen. Het was een oud klein huis waar de stal voor enkele koeien nog direct aan vast zat. Tegenwoordig is dat niet meer toegestaan. Hij leefde eenvoudig, samen met zijn dieren. Mijn vader was herder en vertelde over de oude cultuurgronden – de heide – en waarom je die af en toe moest afbranden, begrazen, plaggen etc. omdat anders de bomen – de natuur dus – het terrein over zouden nemen.

De oude wereld, van zo’n boer met een paar koeien, die hij hoort loeien vanuit zijn beddestee – die wereld bestaat niet meer. Om te overleven moeten boeren grootschalig werken: de overheadkosten zijn hoog. Administratieve kosten vanwege talloze overheidsregels. Hoge leges. Juridische kosten vanwege de juridische druk door dierenrechtenorganisaties. In mijn omgeving zorgde Volkert ervoor dat kleine boeren het moeilijk hadden. Ook de overheid stimuleerde schaalvergroting. Grote bedrijven konden overleven. Ook bij de boeren kwam de industrialisatie en de onttovering. Cultuurgrond zoals heide wordt nu “natuur” genoemd, waar strenge regelgeving op wordt losgelaten, behalve als het park “Vondelpark” heet. Behalve industrieel, “rationeel”, bureaucratisch en onttoverd, werd onze wereld kunstmatig. De massaproductie maakte plaats voor de informatiesamenleving, waar verhalen en beelden steeds meer een eigen leven gingen leiden.

De verstoorde relatie met de natuur en de oude cultuurgronden gaat, mijns inziens, samen met een verstoorde relatie met onze eigen natuur, ons eigen innerlijk. Die kloof, zeker bij “progressieve” stedelingen, geeft een diep, misschien onbewust, verlangen naar de oude “betoverde”, bezielde ervaring. Partijen zoals GroenLinks lijken daarop te parasiteren of er ziekelijk op te projecteren. Niet alle stedelingen gaan daarin mee. Er is een soort splitsing gaande tussen de onafhankelijke, ouderwetse middenklasse, en een nieuwe middenklasse die vooral afhankelijk en dienstbaar aan de overheid is, en / of actief in nieuwe beroepen.

De ouderwetse middenklasse – vaak mensen met eigen bedrijfjes, of werkend voor het MKB of andere bedrijven – en de “provincialen” zoals boeren, vormen een natuurlijke alliantie. Beiden hebben baat bij het in stand houden van de natiestaat, tradities, en oude zekerheden. Ze vormen ook de financiële en culturele basis voor het sociale stelsel. Maar hun wereld staat onder druk.

Eerder al, in de jaren ’60, kwam het bewustzijn erbij dat de industriële geest niet vruchtbaar zou zijn. Maar het project om de samenleving tot een nieuwe culturele en misschien zelfs spirituele opleving te laten komen faalde. Volgens Camille Paglia, in gesprek met Jordan Peterson onder de titel Modern Times, pleegden de zogenaamde academische “postmodernisten” verraad aan de idealen van de counterculture. Ze speelden met woorden om hun morele gelijk te krijgen. Maar het werden woorden zonder betekenis, ontworpen om hoge academische posities te verkrijgen. In Nederland zou je ze “deugers” noemen. Paglia hekelt de feministen die de biologische basis onder sekseverschillen ontkennen, schoonheid bagatelliseren, en de wereld voorstellen als een grote sociale talige constructie.

Paglia en Peterson zijn beide fan van de Jungiaanse psycholoog Erich Neumann (1905-1960). Zijn werk kent grote bewonderaars en felle criticasters. Zelf behoor ik tot de eerste groep. Ik zal hierna het concept “psychische ruimte” gebruiken. Dat betekent, heel simpel gesteld: hoe meer verschillen je kunt zien, voelen en denken, hoe meer je onderscheiden kunt, en hoe meer je jezelf als een individu ervaart. Een uitgebreidere uitleg staat hier.

Zelf vermoed ik dat de leefwereld van mensen die los geraakt zijn van hun biologische, historische, geografische, etnoculturele, religieuze en natuurlijke wortels, vaak te kenschetsen is als een die lijdt aan een versmalling van de psychische ruimte. In zo’n toestand neemt de behoefte toe om op te gaan in een groot geheel (hallo globalisatie). Het Zelf verzwakt; emotionele behoeften gaan het verstand overheersen, geslachtelijke differentiatie neemt af, en van het onpersoonlijke moederlijke geheel wordt de zorg voor veiligheid verwacht. Neumann, Paglia en Peterson stellen voor dat het individu en de samenleving zich daaraan moeten ontworstelen. Dat is een ontworsteling uit de oerchaos naar orde; Peterson noemde zijn boek 12 Rules for Life (2018) dan ook een “antidote to chaos”. De chaos wordt vaak gesymboliseerd door een oerdraak of grote slang. Zo is St. Joris, de drakendoder, de beschermheilige van Scouting.

In dit verband kan ik niet nalaten te wijzen op de Axis Mundi, de wereldboom, de boom van Genesis en de Yggdrasil. De heilige boom als centrale plek van de gemeenschap en het bewustzijn is onder meer beschreven door Mircea Eliade. Het kappen en verbranden van bomen is denk ik niet iets wat de meeste mensen van nature met plezier doen. Elke boom is een kleine afspiegeling van de innerlijk archetypische wereldboom. Maar uiteraard, als je een vuur nodig hebt of een hut moet bouwen, dan kap je die boom. Als je een hoop bomen gaat kappen, welk verhaal ga je er dan bij vertellen? Niet alleen aan anderen, maar ook aan jezelf? Zulke verhalen vormen de cultuur, je beleving van jezelf en de samenleving.

Het culturele schisma

Een “hippie” die oprecht werkt aan die oorspronkelijke idealen van de jaren ’60 is Julian Vayne. Iemand die bezig is met ecologisch-vegetarische gemeenschappen en mindfulness. Ik heb deelgenomen aan een door hem georganiseerde retreat bij Cornwall, waar we wandelingen maakten door de prachtige omgeving daar. Politiek zit ik op een andere lijn dan Vayne. Ik respecteer zijn eerlijkheid, eenvoud, bescheidenheid, interesse voor historie, en grote inzet. Hij vertelde over het oude cultuurlandschap van Cornwall; hoe de mensen en de natuur in dat cultuurlandschap al eeuwenlang in harmonie leven. Tegelijkertijd merkte ik dat hij zelf geen deel uitmaakte van die wereld. Dat is, meen ik, kenmerkend voor veel ecologische activisten. Er is een verlangen naar een wereld die onbereikbaar lijkt te zijn geworden; de moderne beantwoording aan dat verlangen sluit niet aan bij de oude cultuur.

Er is een groep, voornamelijk op links, met een verlangen naar iets wat ze kwijt zijn geraakt, en er is een groep, voornamelijk op rechts, die gaat verliezen wat door de moderne technologie verouderd is geraakt. Die twee lijken elkaar nodig te hebben, maar ze zijn gescheiden door een vrijwel onoverkomelijke barrière.

Hoe om te gaan met die barrière is een uitdaging voor onze tijd. De eerste hobbel die genomen moet worden, is het uit de weg ruimen van oneigenlijke belangen.

Idealen versus hypocrisie

Helaas zijn er onoprechte personen, die vooral voor biomassa zijn om er politiek en/of financieel aan te winnen. Het is die hypocrisie onder eigen gelederen die Michael Moore aan de kaak stelde in zijn documentaire Planet of the Humans. En nee, ik ben geen heel grote fan; ook had hij niet al zijn feiten op orde. Maar hij laat zien hoe een deel van de linkse en/of groene activisten, en ook bedrijven, de boel bedonderen, om er geld aan te verdienen, of politiek mee te scoren, en toch “deugzaam” over te komen.

Niemand heeft iets aan zulke mensen; niet de oprechte linkse milieuactivist (zoals Moore), en ook de liberaal-conservatieve mens niet. Windmolens draaien op subsidie, en om die subsidies te behouden is politiek toneel nodig. Bomen moeten wijken voor windmolens. Boeren moeten wijken voor woningen en luchtvaart. Die cynische werkelijkheid wordt verkocht in een verpakking met “idealen”. Het is waarschijnlijk niet alleen GroenLinks; het zou me weinig verbazen als wat VVD’ers, of mensen uit andere kartelpartijen, een centje bijverdienen aan de klimaatindustrie.

Nog hypocrieter wordt het als personen en partijen pleiten voor meer natuur, terwijl ze tegelijkertijd geen probleem zien in verdergaande immigratie. Bevolkingsgroei en natuur kun je, net zoals de kolen en de geit, niet beide sparen.

Nu bomen gekapt worden om verbrand te worden, is het meer dan ooit zichtbaar welke mensen hypocriet zijn, en welke niet. Ik stel voor dat liberaal-conservatieve en rechts-“populistische” partijen zich in de eerste plaats richten op een constructieve dialoog met eerlijke tegenstanders, ook al is dat soms vrijwel onmogelijk door grote ideologische tegenstellingen. Het is beter om een moeilijke onderhandeling te voeren met oprechte mensen, dan om in zee te gaan met mensen die van hypocrisie en destructie (al dan niet bewust) hun overlevingsstrategie gemaakt hebben.

Kaf en koren

Als de zaaier zaait, en een zieke geest in de nacht het zaad van onkruid over het veld verspreidt, dan zal de landbouwer moeten wachten tot alle vrucht opgekomen is, en het kaf van het koren gescheiden kan worden. Dat leren we uit de Bijbel; wat symboliek betreft veroudert die niet zo snel. Pas na verloop van tijd wordt het onderscheid tussen het koren en het kaf zichtbaar. Bij de oogst wordt de vrucht gekend. Moore liet zien hoe windmolens en zonne-energie niet altijd de ideale oplossingen zijn die het lijken te zijn. De problemen met biomassa, en ook de miljardensubsidies, zijn bekend.

Er is een tijd van zaaien, van idealen en verbeelding, maar bij de oogst snijdt de zeis van harde feiten en heldere logica alles weg en moet het kaf verdwijnen.

Wat biomassa betreft zijn er linkse opiniemakers die tot het koren behoren. Ik noemde Roos Vonk enkel om haar standpunt op dit specifieke onderwerp, want verder ken ik haar niet. Ook het (voormalig) linkse blad Ravage keert zich tegen biomassa. Het standpunt van de PvdD over biomassa is helder. Persoonlijk denk ik dat ze op veel andere dossiers hetzelfde realisme mogen betrachten.

De Brabantse PVV stelt het duidelijk: biomassa is niet duurzaam. In Drenthe had het Forum voor Democratie succes: de bomenkap wordt daar aangepakt. Dat is geen kaf; dat is koren!

De verbeelding moet het ononverbrugbare maar proberen te overbruggen.


Wilt u reageren?
Dat kan op Facebook of Twitter.