Deze vraag, of ik geradicaliseerd ben, werd mij onlangs gesteld in een interview met Ongehoord Nederland. Ik antwoordde dat ik niet langer geloof dat het nog goed komt met de integratie. Ben ik dan geradicaliseerd? Ik ben als Jood geboren en opgegroeid in Marokko, een islamitisch land. Al behoorde ik tot een minderheid, ik had persoonlijk geen last van moslims (mijn broer wel), zoals ik beschreven heb in mijn autobiografie Een Marokkaanse Jood van analfabete ouders.

Na mijn eerste migratie naar Israël kwam ik op vakantie naar Nederland met mijn (nu ex-)vrouw en zoontje. Door omstandigheden bleven wij in Nederland hangen. Dat was niet gepland, zoals ik in het interview vertel. De eerste jaren in Groningen ontmoette ik niets dan zeer grote sympathie voor Israël. Een warm bad. Ik had geen last van moslims. Na Groningen werd ik gevraagd als professor interculturele communicatie aan de UvA. Ook in Amsterdam had ik geen last van moslims.

Na 9/11 werden islamitische aanslagen en terreur bijna dagelijkse kost. Wereldwijd. Iedereen, ook in Nederland, kreeg steeds meer last van moslims. Van de moord op Theo van Gogh, aanvallen en bespugen van Joden, Hollandse meisjes en dames vernederen, onderwijs steeds meer beknotten (geen lessen over holocaust, geen vrijheid van expressie of spotprenten over hun ‘profeet’), luid en ongehinderd demonstreren met Hamasvlaggen, antisemitische leuzen scanderend, tot de ontwikkeling van no go-area’s in de grote steden. Pas toen besloot ik mij voor het eerst te verdiepen in wat zij zelf opgaven als motief voor hun misdragingen: hun islam.

Gelukkig heeft islam geen Misjna en geen Talmoed zoals bij de Joden. De islamitische leer is minder omvangrijk. Kennis nemen van hun geschriften, wierp licht op hun perceptie, wereldbeeld, idealen, ideologie en gedrag.

Het premoderne geografisch-culturele karakter van de islamitische herkomstlanden van de immigranten die naar Nederland zijn gekomen, maakt dat aan moslims veel regels en gedragscodes worden opgelegd die ook cultureel bepaald zijn, maar die ten onrechte uitsluitend aan hun religie worden toegeschreven. Zoals liegen of met dubbele tong spreken (taqiyya – noodzakelijk om te overleven in een armoedige omgeving waarin de eer van de stam alles bepaalt), meisjesbesnijdenis, hoofddoek en boerka. De bedekking van vrouwen en meisjes komt voor uit de angst van mannen voor wat vrouwen zouden kunnen doen. Vrouwen worden omwille van de groepseer “verantwoordelijk gesteld voor het gedrag van geestelijk onvolwassen mannen die hun seksuele impulsen niet onder controle hebben.” Dit is de eerste reden dat ik een hekel heb aan deze hoofd- en/of lichaamsbedekking: het is een vreselijke degradatie van de vrouw. Bovendien vind ik het foeilelijk, een esthetische reden. Mijn structurentheorie gaat over deze zeer vergaande, zo niet onoverbrugbare cultuurverschillen.

Bidden en vasten daarentegen zijn religieuze voorschriften. De islam heeft deze ontleend aan het jodendom. Op Yom Kippoer (Grote Verzoendag) vasten en bidden joden vijf keer. Als reactie daarop bepaalden de stichters van de islam: wij zullen iedere dag vijf keer bidden. En jullie vasten één dag, wij zullen een hele maand vasten, zo typeert islamexpert prof. Mordechai Kedar de moslimlogica.

Volgens de islamoverlevering had Mohammeds eerste vrouw Khadija een wijze neef, een jood genaamd Warka Ben Nofel. Toen Mohammed een kleine jongen was en wegliep van huis, vond Warka hem en nam hem in huis. Dezelfde joodse wijze man vertelde Mohammed over Mozes, de profeten, de Thora en de Joodse verhalen. Mohammed vertelde deze verhalen van Warka door aan zijn mensen. Dat leverde Mohammed hoon op. Genoemde prof. Kedar noemt die schatplichtigheid aan het jodendom een regelrechte ‘theologische bedreiging’ voor de vroege islam.

Behalve de strenge, gedetailleerde religieuze regels is islam hoofdzakelijk een politieke ideologie. Jihad (angst zaaien in de harten van de ongelovigen, Koran 8:12, gaat over de ‘heilige’ oorlog), het verheerlijken van de dood (martelaarschap), shari’a, de wereld willen islamiseren, alle landen onderwerpen aan de islam, het verbod op het verlaten van de islam (daar kan de doodstraf op staan), zijn uitvloeisels van die ideologie. Hetzelfde geldt voor de verering van de sterveling Mohammed, zodanig dat mensen onthoofd worden louter als zij een grap of cartoon over hem maken. Het leidt tot angst en censuur, van links tot zelfs rechts.

De gelovigen van de joodse en christelijke religie laten mensen die hun religie kritiseren, beledigen of een tekening maken van Mozes of Jezus gewoon in leven. De islamitische ideologie past om deze reden niet in de westerse moderniteit.

Uitgesproken zeer negatieve verklaringen over de islam van grote namen als Spinoza, Maarten Luther, Churchill en anderen, zouden politici die de grenzen openstellen voor moslims dan ook te denken moeten geven. Alexis de Tocqueville, bekend van zijn tekst Democratie in Amerika, schreef in een brief aan zijn vriend Gobineau: “Ik heb de Koran goed bestudeerd. Ik beëindigde die studie met de overtuiging dat er weinig religies op de wereld zo dodelijk zijn als die van Mohammed.”

Mijn kanttekening bij deze bevindingen is dat die op het veel grotere ideologische deel slaan, niet op het (beperkte) religieuze deel.

In haar boek Heretic. Why Islam Needs a Reformation Now (2015) pleit Ayaan Hirsi Ali voor een hervorming van de islam door moslims zelf: stop met de oproep tot jihad, leg de sharia aan banden en laat die niet prevaleren boven de seculiere wet, geef prioriteit aan het leven nu, niet aan beloning in het hiernamaals en niet te vergeten: geef kritisch onderzoek naar de Koran en het leven van Mohammed de ruimte. Ik kan mij hier geheel in vinden.

Toch verwacht ik hier niet veel van gezien de grote massa laaggeletterden in de premoderne oorden. Ook de islamitische hbo’ers en doctorandi in westerse landen hoor je er niet over. Toch zal het van hen moeten komen.

Ben ik geradicaliseerd? Nee. Ik heb mij verdiept in wat de islam is volgens hun eigen geschriften en door raadpleging van erkende geleerden. Wie tot een positieve conclusie over de islam komt terwijl hij hetzelfde heeft gelezen, melde zich.